Broedonderzoek: hoe gaat het met de nachtegaal in Meijendel?

Nachtegaal door Henk Bos

Als je eind april, begin mei door de duinen van Meijendel wandelt is hij niet te missen: de uitbundige zang van de nachtegaal. Nergens in Nederland komen zoveel nachtegalen voor als hier. Bioloog Herman van Oosten doet tijdens het broedseizoen 2021 onderzoek naar de populatieontwikkeling in het gebied.

De nachtegaal hoort bij de beste zangers van Nederland. Maar afgezien van die zang is het een onopvallende vogel die een stiekem bestaan leidt. Hij houdt van dichte struiken waarin hij zich kan verstoppen. Liefst met een open onderlaag om in rond te scharrelen en een bosje brandnetels om een nest in te bouwen. Het duinlandschap in Meijendel biedt zulke vegetatie volop en is daardoor ideaal voor de nachtegaal.

Buiten de duingebieden is de geschikte begroeiing grotendeels verdwenen. De onderlaag groeide op veel plekken dicht met braamstruiken. Mede daardoor is de nachtegaal sinds de jaren tachtig landelijk sterk in aantal afgenomen. Zo niet in Meijendel. Daar leven zo’n 300 tot 400 broedpaartjes, schat duinconsulent en lid van Vogelwerkgroep Meijendel Adri Remeeus. En dat aantal is al tientallen jaren constant, ondanks de veranderende vegetatie en de introductie van grote grazers: koniks en gallowayrunderen.

Houdt het succes van de nachtegaal in Meijendel in de toekomst stand? Bioloog Herman van Oosten is dit voorjaar gestart met een broedbiologisch onderzoek dat meer inzicht moet geven. In opdracht van beheerder Dunea kijkt hij welke invloed landschapsbeheer, en met name begrazing door vee, heeft op de populatieontwikkeling.

Camera’s en kleurringen

Om de invloed van beheer te bestuderen, vergelijkt Herman broedende nachtegalen in open, dichte, begraasde en onbegraasde delen van het gebied. In elk van die vegetatietypen gaat hij op zoek naar een stuk of tien nesten. Daar hangt hij onder andere camera’s op om alle activiteit te kunnen volgen. Zo hoopt hij tegelijk meer te leren over het broedgedrag van de nachtegaal, want daar is nog weinig over bekend.

Daarnaast krijgen jonge nachtegalen kleurringen zodat ze gevolgd kunnen worden. Hoe vergaat het ze in hun eerste jaar? Overleven ze de trek naar Afrika? Keren ze daarna terug naar Meijendel of vinden ze ergens anders een nieuw thuis?

Het opsporen van die nesten is nog niet eenvoudig. Herman: ‘Ik zie het als een persoonlijke erezaak om de nesten zo vroeg mogelijk te vinden, nog voor de eieren zijn uitgekomen. Maar dat is lastig door die dichte struiken. Als er eenmaal jonge vogels zijn, is het makkelijker. In het begin gaan de ouders nog heel voorzichtig te werk om voedsel naar hun jongen te brengen. Maar na een tijdje worden ze nonchalanter en kun je ze naar het nest volgen.’

Tapuit

Tapuit door Adriaan Dijksen, Foto Fitis
Tapuit door Adriaan Dijksen, Foto Fitis

Eerder onderzocht Herman een andere typische duinvogel: de tapuit. Toen Herman dat onderzoek begon, was de tapuit al een zeldzame verschijning geworden. ‘De komst van de vos in de duinen heeft de tapuit geen goed gedaan. Maar die vos is niet de oorspronkelijke oorzaak van de achteruitgang. En inmiddels was het te laat om die echte oorzaak te onderzoeken.’

Een vergelijkbaar scenario willen Herman en Dunea bij de nachtegaal voorkomen. Nu is de soort nog algemeen in Meijendel. Als uit het onderzoek blijkt dat begrazing ongunstig is voor de nachtegalen, kan Dunea op tijd met beheer sturen. Dan blijft de populatie in elk geval in stand. Natuuronderzoeker Harrie van der Hagen van Dunea: ‘De nachtegaal is de iconische vogel van Meijendel en als beheerder voelen we een verantwoordelijkheid. Als we door een wijziging in het beheer de nachtegaal kunnen helpen, dan doen we dat.’

In december dit jaar worden de eerste resultaten verwacht. Dan bepaalt Dunea ook of het onderzoek wordt verlengd. Is dat het geval, dan gaat Herman ook andere typische struweelvogels van Meijendel onderzoeken, zoals grasmus en fitis.

Met dank aan Herman van Oosten (Oenanthe Ecologie), Harrie van der Hagen (Dunea) en Adri Remeeus (Stichting Duinbehoud en Vogelwerkgroep Meijendel).

Gerelateerde berichten

Het gewone sneeuwklokje heeft op drie bloemblaadjes een groen vlekje. Ook “dubbele” bloemen met heel veel bloemblaadjes komen voor. Wetenschappers noemen het sneeuwklokje Galanthus nivalis. Gala-anthusbetekent melk-bloem. Het heeft dus niets met “galant” te maken, hoewel hij heel hoffelijk in menig Haarlems hofje huist. Nivalis betekent sneeuw. Er bestaan tientallen verwante soorten. Behalve het sneeuwklokje heb je ook nog het lente- en het zomerklokje, ook wit met groene vlekken. Tegenwoordig heb je nauwelijks sneeuw. Zou het wat zijn om het sneeuwklokje daarom voortaan winterklokje te noemen, ook naar het seizoen?
Afgelopen zomer nam de demissionaire minister voor Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans een belabberd besluit over de aanlanding van energie van boven de Waddeneilanden. Zij koos ondanks verzet uit vele hoeken voor het aanleggen van een kabel onder de oostpunt van Schiermonnikoog en het Wad door.
Op 1 december 2025 is het hek dat op natuurbrug Zandpoort stond verwijderd. Ecoduct Zandpoort is een van de drie natuurbruggen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland. De Zandpoort verbindt de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) met Nationaal Park Zuid-Kennemerland.