Tapuiten en vergif

Herman van Oosten (Oenanthe Ecologie / Radboud Universiteit) en collega’s wilden weten waarom eieren van tapuiten in het Noord-Hollands Duinreservaat regelmatig niet uitkomen. Dit is een van de laatste kustpopulaties. Deze mooie zangvogel is sterk bedreigd en ontrafeling van de oorzaken is dan ook van belang voor adequate maatregelen. De dode eieren bleken vaak embryo’s met allerhande misvormingen te bevatten, en vanwege de aard van sommige aandoeningen was aanvankelijk de gedachte dat dioxines een rol zouden spelen. De auteurs hebben de voedselketen van tapuiten in de duinen onderzocht en inderdaad bleek stapeling van dioxines plaats te vinden: door het eten van zijn prooien krijgt de tapuit dioxines binnen, in verhoogde hoeveelheden, en hoger dan in een Zweedse referentiepopulatie. Tapuiten blijken echter niet erg gevoelig te zijn voor dioxines, vanwege hun specifieke moleculaire aangrijpmechanisme. Hierdoor is het niet waarschijnlijk dat dioxines in de vastgestelde hoeveelheden een (grote) rol spelen bij het niet-uitkomen van de eieren. Maar wat dan wel? De tapuiten worden elk jaar goed in de gaten gehouden. Probleem is dat deze populatie (in het NHD) nagenoeg is uitgestorven, in 2018 nog maar twee broedparen. Het zal lastig worden om daar  meer informatie uit los te peuteren. Mogelijk speelt/speelde inteelt een grotere rol dan de onderzoekers dachten, of zijn andere stoffen de oorzaak.

Bron: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0048969718335824

Foto: Frank Vassen

Gerelateerde berichten

Op 19 april van dit jaar heeft minister Van Essen de officiële status van nationaal park verleend aan een brede kuststrook in Zuid-Holland tussen de Nieuwe Waterweg en de grens met Noord-Holland: het Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD). De vraag is of het NPHD aan de eisen voldoet.
Zondagmiddag 30 augustus kregen de vogelwachters van Camperduin de ultieme beloning voor hun werk. Het sterke vermoeden werd werkelijkheid: de jonge, geringde Bontbekplevier koos voor het éérst het luchtruim.
“Nergens in Nederland is de soortenrijkdom per hectare zo groot als in de Duinen van Oostvoorne”, vertelt Piet Mout, natuurbeschermer en kenner van dit gebied. “Ik heb het mijzelf geleerd”, aldus de oud-leraar biologie, gepensioneerd rector, die bij ieder plantje wel een verhaal te vertellen heeft. “Als wandelaar kun je natuurlijk niet bij ieder plantje stilstaan, maar als je echt de diepte in wil gaan, dan is de Tenellaplas het beste startpunt. Hier kom je alles tegen.”