skip to Main Content

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

De singles van Meijendel
De singles van Meijendel

In duingebied Meijendel is Dunea een project gestart om het zeldzame rozenkransje te redden. Dit bijzondere plantje komt in Nederland nog maar op zes plaatsen voor. Zonder hulp zal het rozenkransje uit het Nationaal Park Hollandse Duinen verdwijnen. Het behoud van biodiversiteit staat hoog op de agenda van Dunea en van Nationaal Park Hollandse Duinen.

De snelle achteruitgang van het rozenkransje wordt mede veroorzaakt door de bijzonderheid dat mannetjes- en vrouwtjesbloemen op gescheiden planten staan. Mannetjes- en vrouwtjesplanten moeten dus bij elkaar in de buurt staan om zich te kunnen voortplanten. Zowel op de mannelijke als vrouwelijke bloeistengels van 5-15 cm hoog staat een groepje van 1-6 bloemhoofdjes. Is een van beide geslachten uitgestorven op een plek, dan sterft de soort daar uiteindelijk uit. Op slechts vier plekken in Nederland komen mannelijke en vrouwelijke rozenkransjes nog samen voor.

De singles van Meijendel

In Meijendel groeien alleen nog mannelijke rozenkransjes. Om hen te behouden heeft Dunea specifieke expertise ingeroepen. Hortus Leiden heeft de Meijendel-mannen vanuit enkele stekken vermeerderd. Deze zijn uit logeren gegaan bij Science4Nature. Deze stichting zet zich in voor behoud van biodiversiteit en is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van het landelijke herstelproject voor soorten van heischrale graslanden heeft Science4Nature populaties van rozenkransje uit Nederland in kweek. Hier zijn de Meijendel-mannen gekruist met vrouwelijke planten van de andere standplaatsen. Vervolgens hebben zij de zaden uit deze kruisingen uitgezaaid in de buurt van de Meijendel-mannetjes.

Historie

Het rozenkransje was tot 1850 een redelijk algemeen voorkomende soort op de zandgronden in Nederland. Daarna ging het, eerst door ontginningen en later door verzuring en versnippering, bergafwaarts. Rond 1930 was het aantal locaties gehalveerd en rond 1970 was nog maar 10% over, en in 2020 groeide het rozenkransje nog maar op zes plaatsen in Nederland. Tot voor kort kon op slechts vier van deze locaties voortplanting plaatsvinden, maar met dit project hopelijk straks weer op vijf plekken. En nu maar hopen dat de Meijendelse zaden ontkiemen en voor nakomelingen gaan zorgen. Zal het gaan lukken?

Rozenkransje, bestoven vrouwelijke plant
Rozenkransje, bestoven vrouwelijke plant

Bloembezoek

De bloemhoofdjes van het rozenkransje worden door allerlei insecten bezocht: vliegen, zweefvliegen, vlinders, af en toe een wilde bij en zelfs door mieren. Een goede menging van mannelijke en vrouwelijke planten is een vereiste om zaden te produceren. De bloemhoofdjes zijn klein, maar planten kunnen via korte uitlopers een groter oppervlakte innemen. Het aantal planten en de plantgrootte bepaalt de aantrekkelijkheid voor bloembezoekende insecten. Nemen deze af, dan neemt ook de aantrekkelijkheid af. Dit heeft geresulteerd in een zeer slechte zaadproductie in twee van de vier nog bestaande populaties waar nog wél mannen en vrouwen voorkomen.

Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat extra bestuiving met de hand tot een driemaal zo hoge zaadproductie leidt.

Heischrale graslanden

Het rozenkransje groeit op vrij voedselarme, niet bemeste, basenrijke tot zwak zure oftewel heischrale graslanden, vaak licht betreden of begraasde grond, in koude en koel-gematigde streken in Eurazië. Heischraal grasland is een type grasland dat tussen zure heide en basenrijk grasland in zit. Nu eens staat het rozenkransje in ijl dwergstruweel van kruipwilg of in heidevegetatie, dan weer op vrij open plekken met veel korstmossen. Ook in de duinen komt heischraal grasland voor: op enigszins vochtige plekken waar de bodem licht ontkalkt is, met soorten als mannetjesereprijs, grote tijm, verfbrem, hondsviooltje, veldgentiaan, geel walstro, geelhartje en stijve ogentroost. Op vlakkere terreindelen komt de soort voor buiten bereik van direct grondwater in (oude, niet meer onder water staande) duinvalleien, maar wél met knopbies in de buurt. Meestal groeit rozenkransje in de volle zon. Wanneer de soort op hogere plekken als duinhellingen voorkomt, zijn dit doorgaans de noordhellingen, die niet direct in de zon liggen. In Meijendel staat het rozenkransje op een noordhelling. Lichte konijnenbegrazing is een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van de groeiplaatsen van dit fraaie plantje. Echter, konijnen hebben de neiging om bloeistengels af te bijten, wat weer te veel van het goede kan zijn.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u voortaan ook Duin ontvangen, word dan donateur van de Stichting Duinbehoud.  

Back To Top