Eén van de kleinste planten van onze flora

Mosbloempje is lid van de vetplantenfamilie en is één van de kleinste planten van onze flora. Dit eenjarige plantje wordt nauwelijks vijf centimeter hoog maar blijft meestal veel lager. De eironde blaadjes liggen dakpansgewijs boven elkaar en zijn meestal rood aangelopen. De plant bloeit vanaf maart met minuscule witte tot roze bloemen.

Mosbloempje is een pionier van open plekken met een door betreding enigszins verdichte bodem. De groeiplaatsen zijn in het voorjaar vaak vochtig en drogen in de loop van de zomer uit. Typische groeiplaatsen in de duinen zijn campings, speelveldjes, half verharde paden en randen van fiets en voetpaden. De plant neemt met weinig genoegen en groeit zelfs tussen de klinkers van fietspaden. Het voorjaar is de beste tijd om de plant te ontdekken. Op geschikte groeiplaatsen kan de plant dan hele plakkaten vormen die door hun rode kleur erg opvallen. In de loop van de zomer, wanneer de bodem uitdroogt, verdwijnt de plant.

Het zwaartepunt van de verspreiding van mosbloempje ligt rond de Middellandse Zee. Nederland ligt aan de noordgrens van het verspreidingsgebied. Mosbloempje is een typisch voorbeeld van een soort die door klimaatverandering naar het noorden oprukt. Tot aan de jaren tachtig van de vorige eeuw was het in ons land een zeer zeldzame soort. Sindsdien is het aantal waarnemingen enorm toegenomen.

Tekst en beeld door Theo Baas.

Gerelateerde berichten

Balgzand – een beschermd natuurgebied – ligt in de oksel van de Waddenkust tussen Den Helder en Wieringen en geldt als het vogelrijkste gebied van Noord-Holland. Het is van internationale betekenis voor doortrekkende vogels en wintergasten.
Onze organisatie is aangesloten bij Gewoon Buiten, een landelijk platform dat jongeren tussen 12 en 30 jaar stimuleert om vaker naar buiten te gaan. Samen met tientallen andere organisaties dragen wij bij aan een uitgebreid jaarprogramma met honderden natuuractiviteiten speciaal voor jongeren.
De vingerhelmbloem (Corydalis solida) is een lage plant met fijn verdeelde wasachtige blauwgroene, handvormige blaadjes. Ze bloeien lekker vroeg in het voorjaar en zijn daarmee een welkome bron van nectar voor de eerste hommels en bijen. De bloemen zijn licht paarsrood en staan in dichte trossen aan het einde van de stengel, vaak met de spoor schuin omhoog.