Zuid-Holland – diverse wandelroutes (0,5 – 17,5 km)
“Nergens in Nederland is de soortenrijkdom per hectare zo groot als in de Duinen van Oostvoorne”, vertelt Piet Mout, natuurbeschermer en kenner van dit gebied. “Ik heb het mijzelf geleerd”, aldus de oud-leraar biologie, gepensioneerd rector, die bij ieder plantje wel een verhaal te vertellen heeft. “Als wandelaar kun je natuurlijk niet bij ieder plantje stilstaan, maar als je echt de diepte in wil gaan, dan is de Tenellaplas het beste startpunt. Hier kom je alles tegen.”
We doen het zo: de wandelaar kiest één van de wandelroutes die je vanaf het bezoekerscentrum Tenellaplas kunt lopen. Naast de bewegwijzerde wandelroutes zijn binnen ook folders verkrijgbaar met diverse beschreven wandelroutes. Wij doen een rondje om de Tenellaplas om een indruk op te doen van wat er allemaal te zien is.
Soortenrijkdom
“Hier kun je, alles meegeteld, wel 1600 soorten planten vinden”, weet Piet Mout. Deze trekken weer insecten, schimmels en bacteriën aan die weer interessant zijn voor vogels en andere dieren. “Voor trekvogels is dit gebied enorm belangrijk. Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Texel, maar dan veel kleiner. Daarom is er bij het plaatsen van windmolens in dit gebied is ruimte gelaten in de trekroute. Nu ligt er echter een plan om in die trekvogelcorridor toch twee windmolens in te plaatsen, dat is mijn grootste zorg op dit moment.”
Deltawerken
“Door onder meer de aanleg van de Atlanticwall, de Deltawerken en de Maasvlakte is veel kostbare natuur verdwenen, maar er ontstaat ook weer nieuwe natuur, waar de slikken van Oostvoorne een voorbeeld van zijn. Tijdelijk, want wat nu nog een waddengebied is, zal in ruim twintig jaar tijd droogvallen en nieuw duingebied worden,” vertelt Piet.
“De tijd van de grote werken is zeker nog niet voorbij. Zo is er het plan Delta21. Dat behelst de aanleg van een waterbekken voor de kust van Voorne en Goeree. Dat lijkt mooi voor de energiewinning, maar vormt een bedreiging voor dit unieke gebied. Er zijn overigens ook goede plannen, zoals de aanleg van ecologische verbindingen met het groene strand in het hele havengebied van Rijnmond.”
Heemtuin
We lopen de Heemtuin in, direct naast het bezoekerscentrum. “Wat nu de Tenellasplas is, was tijdens de bezetting van ons land in de jaren ’40 een zandafgraving. Dat zand werd gebruikt voor beton voor de bouw van bunkers. Het is Cees Sipkes geweest, de beroemde tuinarchitect, die hier eind jaren ’40 begonnen is met deze heemtuin. Hij plantte onder andere vele ochideeënsoorten, zoals de grote muggenorchis die je hier veel ziet. De naam van de plas komt van het plantje teer guichelheil, waarvan de wetenschappelijke naam is: Anagallis tenella. Dat is in Nederland een zeldzaam plantje, maar hier komt het veel voor. Ook andere zeldzame plantjes kun je hier vinden, zoals duifkruid.
In de Heemtuin staat Piet even stil bij wat bevertjes, een grassoort: “Mensen kijken misschien niet zo snel naar gras, maar er is zoveel over te vertellen.” Hij pakt de hartvormige aartjes en schud ze in de hand: een fijn geluidje. Ondertussen vertelt Piet over de nieuwste inzichten in de biologie. “Darwin is bekend van zijn “survival of the fittest”: soorten passen zich aan om te overleven. Inmiddels weten we dat een ander principe minstens zo belangrijk is in de natuur: samenwerking en het zoeken naar harmonie. Dat inzicht komt van vooraanstaande vrouwelijke biologen, zoals Lucy Cooke, die in haar meesterwerk ‘Bitch’ de evolutie met andere ogen bekijkt.”
Als we de Heemtuin weer uitlopen, passeren we het grote bord met enkele wandelroutes en gaan we linksaf langs het fietspad (libellenroute). Bij de Kabouterweide gaan we rechtsaf (gelijk aan de wandelroute). Aan de rechterhand staat, vrijwel niet zichtbaar door al het groen, het oude huis van Cees Sipkes, even verder is een klaphekje. Op een splitsing van paden, met een bankje, gaat de langeafstandwandelroute naar rechts, maar wij gaan hier naar links. We gaan nog een stukje rechtdoor (eerste paadje naar rechts negeren) tot we een smal paadje kiezen naar rechts. Je komt dan met enkele passen in een open veld.
Gamander-vallei
Nu zijn we in de Gamander-vallei, een moerasgebiedje waar de zeer zeldzame moerasgamander volop te vinden is. Een lage moerasplant met paarse bloempjes (bloeiperiode: eind zomer) en harige blaadjes die de geur van knoflook geven. Wat nu een vennetje is, is een bomkrater uit de Tweede Wereldoorlog. “In de winter staat hier water, maar nu is het droog. Vanwege de droogte zie je ook veel minder kattenstaarten. Deze vallei wordt opengehouden door begrazing, maar ook door af en toe te maaien,” vertelt Piet, terwijl hij wijst op een voorbijvliegend zandoogje. Even later zien we een dikkopje. “Ook die worden bedreigd, onder meer door stikstof, verdroging en pesticiden”. We lopen het veld over, buigend naar links, tot we weer op een wandelpad zijn. Hier kun je (rechtsaf) naar de slikken van Voorne, maar wij gaan op onze kleine wandeling linksaf. Dat is de wandelroute terug naar de Tenellaplas: even verderop door een hekje lopen we met de plas aan de linkerhand.
Natuurlijk evenwicht
We danken Piet Mout voor zijn kleine introductie in dit unieke natuurgebied waar diverse mooie wandelingen te maken zijn. “Fietsen kan ook”, zegt Piet, “maar het aantal fietspaden is beperkt. In dit gebied willen we immers de rust zo veel mogelijk bewaren. Maar ga je toch het gebied in, dan is de bezoekerscentrum aan de Tennellaplas het beste startpunt.”
Het bezoekerscentrum is goed bereikbaar met de auto of de fiets. Adres: Duinstraat 12a Rockanje. Kom je met de bus, dan is het ongeveer 25 minuten lopen vanuit Oostvoorne (halte Berkenrode) of 25 minuten fietsen met de ov-fiets vanuit Brielle. Van mei tot en met september is er een fietsvoetveer tussen Hoek van Holland en de Maasvlakte, van daar is het ongeveer 10 kilometer fietsen naar de Tennellaplas (Oostvoorne).
Tekst en fotografie: Harco Bakker





