Duinpolderweg op losse schroeven (augustus 2018)

De kansen voor een doortrekking van de Duinpolderweg tot aan de N206 zijn aanzienlijk verkleind. Deze wegverbinding zou namelijk leiden tot aanzienlijk meer luchtvervuiling met stikstof in de Amsterdamse Waterleidingduinen. In de huidige situatie leidt die luchtvervuiling al tot onacceptabele effecten op de plantengroei in de duinen. De provincies dachten dit te kunnen oplossen door te werken volgens het nationale Programma Aanpak Stikstof, maar volgens het recent uitgekomen advies van de Europese Advocaat-Generaal aan het Europese Hof van Justitie mag dat niet.

De provinciale plannen voor de Duinpolderweg zijn altijd uitgegaan van een doorgaande verbinding tussen de A4 en de N206 (de weg langs de duinen). Weliswaar stelt de provincies Noord- en Zuid-Holland tegenwoordig voor de verbinding tussen N208 en N206 nog niet aan te leggen, maar alleen ruimtelijk te reserveren. Toch beschouwen de provincies ook dit weggedeelte als een essentieel onderdeel van de Duinpolderweg.

Aan deze wegverbinding kleeft een groot knelpunt. Het ernaast gelegen duingebied – onderdeel van het Europees beschermde Natura 2000-gebied – krijgt hierdoor te maken met een grote extra stikstofbelasting. En dat is volgens de Europese regelgeving niet toegestaan, omdat de stikstofbelasting er nu al veel te hoog is. De provincies dachten een eenvoudige ‘oplossing’ te hebben voor dit probleem. Er zou gebruik worden gemaakt van de zogenaamde ‘ontwikkelruimte’ in het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS). Vanaf het begin was het echter twijfelachtig of deze werkwijze niet in strijd zou zijn met de Europese regelgeving.

In haar recent verschenen advies aan het Europese Hof van Justitie geeft de Europese Advocaat-Generaal daar nu helderheid over. Volgens de Advocaat-Generaal moet op het tijdstip waarop toestemming wordt verleend voor een project, al definitief vaststaan dat de totale belasting van het gebied door stikstof onder de grenswaarde blijft. Voor de Duinpolderweg is dat nog op geen enkele manier veilig gesteld. Integendeel, de stikstofbelasting in het kwetsbare duingebied pal naast de N206 is al vele jaren veel te hoog. De metingen van de laatste jaren laten bovendien zien dat er geen enkel vooruitzicht is dat de grenswaarde op afzienbare termijn zal worden bereikt. De grote toename van stikstof door de Duinpolderweg is onaanvaardbaar en in strijd met de Europese regelgeving.

 

Stichting Duinbehoud zal zich om deze reden verzetten tegen de ruimtelijke reservering voor een Duinpolderweg naar de N206.

Link: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=stikstof&docid=204409&pageIndex=0&doclang=NL&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=1064396#ctx1

Gerelateerde berichten

Grote grazers creëren door begrazing, betreding en hun mest leefgebieden voor allerlei organismen, waaronder insecten. De kortschildkever Emus hirtus is één van die soorten. Deze opvallende kortschildkever is geen mesteter zoals veel mestkevers, maar een actieve jager die in en rond mest op zoek gaat naar kleine ongewervelden. De volwassen kevers voeden zich onder andere met vliegenlarven en kleine mestkevers, terwijl de larven verborgen in mest leven en daar jagen op kleine ongewervelden, waaronder insectenlarven.
Dit keer loop ik samen met Marinus van Dijke een deel van de Meeuwenduinroute op Schouwen Duiveland. Kort, pittig (‘om die reden noemen ze dit pad wel het dodeman pad’) en heel afwisselend. De start is bij de vuurtoren van Haamstede. Marinus, zoon van de vuurtorenlichtwachter, beeldend kunstenaar en strandbroederhoeder kent het gebied als geen ander. Het duingebied is een grote inspiratiebron voor zijn werk. 
Kattendoorn en kruipend stalkruid behoren beide tot de vlinderbloemigen. Ze zijn dan ook zeer in trek bij hommels, bijen en zweefvliegen. Ze zijn een tweelingsoort, kruipend stalkruid onder de naam Ononis repens subspecie procurrens en kattendoorn Ononis spinosa subspecie spinosa.