Wie ben ik?

Ik ben Julius Röntgen (1945). Als Hagenees (geboren Hagenaar) werd ik door mijn ouders al vroeg met het duin vertrouwd gemaakt. Mijn moeder ging met mij op haar Fongersfiets die de oorlog had overleefd met het bekende schopje en emmertje naar het dichtstbijzijnde duinbos ‘de Bosjes van Poot’. Ze streek neer in een zandkuil en liet mij spelen terwijl zij de omgeving in de gaten hield. Toen ik te dichtbij een betonnen spleet kroop zei ze: “Pas op Julius, niet naar binnen gaan, hoor! Misschien ligt er nog wel een dooie Mof in!” Later zou ik nog wel eens in zo’n zandkuil in de duinen neerstrijken om de natuur op mij in te laten werken, mijn manier om contact met het Hogere te zoeken.
Helaas zijn die Bosjes van Poot al snel opgeofferd aan de waterzuivering naast het ‘Verversingskanaal’, een afwateringskanaal dat ‘s winters ijsvrij bleef. Mijn vader observeerde hier wintergasten door zijn eenogige Zeiss kijkertje met ‘Zien is Kennen’ als naslagwerk. Elk voorjaar gingen mijn vader (musicus) en ik samen luisteren naar de nachtegalen in de Bosjes van Poot. En met de padvindersgroep ‘De Duinjagers’ voerde ik in de Westduinen opdrachten uit. Met mijn moeder fietste ik door het Westduin naar de Arabislaan waar mijn grootouders woonden. Mijn grootmoeder hield van wandelingen door het duinbos ‘Meer en Bos’. Daar heb je naast mooie wijnkelders en een theetuin ook een duinmeertje. Ik denk dat ik in die tijd onbewust meegekregen heb, hoe belangrijk een goede waterhuishouding in de duinen is. Dichtbij ontspringt de Beek die tenslotte uitmondt in de Hofvijver – een ander voormalig duinmeertje. Mijn moeder en ik bezochten in die tijd ook die andere theetuin gelegen in een boerenschuur in een duinbosje in Meijendel – nu bezoekerscentrum ‘De Tapuit’.
We fietsten erheen langs de Pompstationsweg met zijn markante gebouwen van de gevangenis en de watertoren over het klinkerpad met zijn steile klim. Ooit zochten we daar met oom Frans en tante Hank en hun kinderen op Tweede Paasdag eieren. Met mijn ouders ging ik soms wandelend van huis naar de watertoren en verder. Wat droog was het daar in dat duin! Ik was altijd blij als ik na afloop van die wandeling een verfrissing kreeg.
Een minder leuke herinnering heb ik aan de Waalsdorpervlakte. Als soldaat schoot ik daar eind 1965 tijdens een zogenaamde compagniesdag met mijn karabijn ‘een serie van vijf’. Dat was vlak bij de plaats die de Duitsers gebruikten als executieplaats voor terdoodveroordeelden….
Als jonge student fietste ik regelmatig door het duin van Den Haag naar mijn studentenkamer in Leiden, altijd genietend van de rust in het duin in die tijden. Ik begreep niets van al die sprengen, waterlopen van de Haagse waterleidingmaatschappij, later wel. Ik denk dat al deze ervaringen mede hebben geleid tot mijn inzet als Wetlandwacht voor Vogelbescherming en duinconsulent voor Duinbehoud. Liefde voor duinen gaat nooit over….
Meer info: http://juliusrontgen.info/