Het Nationaal Park Hollandse Duinen

Verdient de Zuid-Hollandse kuststrook tussen de Nieuwe Waterweg en de grens met Noord-Holland het predicaat ‘nationaal park’?

Op 19 april van dit jaar heeft minister Van Essen de officiële status van nationaal park verleend aan een brede kuststrook in Zuid-Holland tussen de Nieuwe Waterweg en de grens met Noord-Holland: het Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD).

Wat is een Nationaal Park?

Een gebied kan in Nederland alleen als nationaal park worden aangewezen, als het ten minste één ‘natuurkern’ bevat van minimaal 1.000 hectare, als meer dan de helft van het gebied bestaat uit natuur, als de natuur in het hele gebied niet wezenlijk is aangetast door menselijk gebruik, als het gebied in allerlei opzichten een grote natuurkwaliteit heeft en als het behoud van de wezenlijke kenmerken van het gebied zijn verzekerd. De vraag is of het NPHD aan deze eisen voldoet.

Aanvragen

De eerste aanvraag voor de status van nationaal park is afgewezen, omdat het voorgestelde nationaal park bestond uit twee grote stedelijke gebieden (de Haagse en de Leidse agglomeratie) en twee intensieve landbouwgebieden (het Westland en de Bollenstreek). De Adviescommissie Nationale Parken achtte de verhouding natuur/niet natuur niet in overeenstemming met de status van een nationaal park. Alleen het gebied tussen de Haagse en de Leidse agglomeratie voldoet aan de eisen voor een nationaal park.

Bij de tweede aanvraag zijn binnen de begrenzing van de eerste aanvraag alleen de natuurgebieden en alle verbindingen daartussen aangemerkt als nationaal-parkgebied. Dat leidde in de beide stedelijke gebieden en in het Westland en de Bollenstreek tot een erg los en fragiel weefsel van een groot aantal verspreid liggende kleinere natuurgebieden met allerlei verbindingen daartussen, meest sloten en vaarten tussen de kassen en de bollenvelden en grachten en groenstroken in de stad.

Verbetering van natuur en landschap

Deze verbindingen zullen heel moeilijk geschikt gemaakt kunnen worden als ecologische verbindingszones voor de migratie van planten en dieren tussen natuurgebieden. Bovendien zullen deze verbindingen voor de bezoeker moeilijk te herkennen zijn als onderdeel van een nationaal park.

Ook de Adviescommissie Nationale Parken betwijfelt of het NPHD zijn nationaal-parkstatus werkelijk waar kan maken, met name in het Westland, de beide stedelijke agglomeraties en de Bollenstreek. De commissie gaat ervan uit, dat er de komende jaren vooral hard gewerkt zal worden aan het herstel van natuur en landschap. Maar als dat geen duidelijke verbetering van natuur en landschap oplevert, vindt de commissie dat “de status nationaal park heroverwogen (zal) moeten worden”.

Heroverwegen

De Adviescommissie geeft NPHD “het voordeel van de twijfel”. Wij zijn echter van mening, dat er gerede twijfel bestaat of Hollandse Duinen in het Westland, de beide stedelijke agglomeraties en de Bollenstreek de status ‘nationaal park’ wel verdient of op korte termijn kan gaan verdienen. Daarom adviseren wij minister Van Essen om de officiële status van nationaal park voor deze gebieden te heroverwegen.

Verder adviseren wij met voorrang te laten onderzoeken waar de natuur het meest kwetsbaar is in het NPHD. Vooral de open landschappen, zoals de duinen en de polders daarachter, zijn erg kwetsbaar. Daar zal serieus rekening mee moeten worden gehouden. De samenleving heeft helemaal niets aan allerlei professionele en gesubsidieerde promotie en marketing om recreatie en toerisme te bevorderen als dat in werkelijkheid ten koste zou gaan van de natuur, waar het eigenlijk om begonnen was.

Tekst: Wim ter Keurs en Hein Krantz namens Stichting Horst en Weide. Wim en Hein zijn tevens duinconsulent van Stichting Duinbehoud

Gerelateerde berichten

Dit keer loop ik samen met Marinus van Dijke een deel van de Meeuwenduinroute op Schouwen Duiveland. Kort, pittig (‘om die reden noemen ze dit pad wel het dodeman pad’) en heel afwisselend. De start is bij de vuurtoren van Haamstede. Marinus, zoon van de vuurtorenlichtwachter, beeldend kunstenaar en strandbroederhoeder kent het gebied als geen ander. Het duingebied is een grote inspiratiebron voor zijn werk. 
Kattendoorn en kruipend stalkruid behoren beide tot de vlinderbloemigen. Ze zijn dan ook zeer in trek bij hommels, bijen en zweefvliegen. Ze zijn een tweelingsoort, kruipend stalkruid onder de naam Ononis repens subspecie procurrens en kattendoorn Ononis spinosa subspecie spinosa.
Zondagmiddag 30 augustus kregen de vogelwachters van Camperduin de ultieme beloning voor hun werk. Het sterke vermoeden werd werkelijkheid: de jonge, geringde Bontbekplevier koos voor het éérst het luchtruim.