Ode aan de nachtegaal

De duinstreek is het bolwerk van de nachtegaal in Nederland. Direct na aankomst van de mannetjes, zo begin april, tot half juni is de zang overal te horen. Die zang heeft door alle eeuwen veel dichters en componisten geïnspireerd. In dit artikel ga ik in op de nachtegaal in de cultuurgeschiedenis en symboliek van deze iconische vogel. 

Het begint al rond duizend jaar v.Chr. Een oude Griekse mythe gaat over twee zussen: Philomela en Procne, dochters van de Atheense koning Pandion. Deze huwde zijn dochter Procne uit aan de woeste vorst Tereus uit Thracië, als dank voor diens hulp bij de oorlog tegen Thebe. In Thracië beviel Procne van een zoontje: Itys. Na vijf jaar gaat Procne haar zus Philomela missen en vraagt of ze naar Athene mag, maar Tereus weigert. In plaats daarvan vertrekt hij zelf naar Athene om Philomela op te halen. Hij wordt op slag verliefd en verkracht haar onderweg. Om te voorkomen dat ze daar iets van kan vertellen rukt hij haar tong uit en verstopt haar in een hut in het bos nabij zijn kasteel. Maar Philomela verzint een list. Ze weeft een kleed met daarop het hele verhaal: de reis, de verkrachting en de verminking.

Via een bediende laat ze het kleed bij Procne bezorgen en zo komt Procne te weten wat er gebeurd is. De twee zussen ontmoeten elkaar en zinnen op wraak. Ze doden Itys (het zoontje van Tereus èn Procne) en bereiden zijn vlees als maaltijd voor Tereus. Als Tereus zijn zoontje roept, komt Philomela triomfantelijk binnen met het hoofd van het jongetje in haar handen. Tereus ontsteekt in woede, de beide zussen vluchten en Tereus gaat met getrokken zwaard achter hen aan. Op dat moment grijpen de goden in en veranderen de hoofdrolspelers in vogels. Procne wordt een nachtegaal, die nu nog steeds haar zoontje Itys roept, met die bekende langgerekte fluitstrofen: iiiit, iiiiit, iiiiiit. De tongloze Philomela wordt een boerenzwaluw, die immers niet kan zingen (de bloedrode borst herinnert nog aan de misdaad). Tereus zelf verandert in een hop – toentertijd een impopulaire vogel, omdat zijn nest zo stinkt.

Tegenwoordig roept de hop nog steeds poepoepoe, een herhaling van het Griekse woord pou, ‘waar?’, als bewijs dat Tereus nog steeds de twee zussen zoekt. In latere (Romeinse) versies zijn de namen van de zussen omgedraaid en werd juist Philomela de nachtegaal. Deze versie werd zo populair dat philomeel zelfs synoniem werd voor ‘nachtegaal’. Misschien ook door de betekenis van Philomela: liefhebber van de zang.

Dure zanger

De zangkwaliteiten van de nachtegaal maakten hem ook populair bij de oude Romeinen, die de gewoonte hadden om vogels in kooien te houden. Vrouwen en meisjes kregen een vogel cadeau van hun minnaars. Meisjes met een arme aanbidder moesten genoegen nemen met bijvoorbeeld een mus, maar meer fortuinlijke minnaars konden zich meer spectaculaire vogels veroorloven, met een opvallend verenkleed of een prachtige zang. Vooral de nachtegaal was favoriet. Voor een goede zanger werd gerust 1000 sestertiën betaald. Dat is een bedrag dat gelijk stond aan de prijs van een slaaf. 

Als je in de lente komt aanvliegen en ook nog eens zingt in de nacht, is het niet verbazingwekkend dat je een symbool wordt van de liefde, meer in het bijzonder seks. Talloze gedichten zijn er geschreven over zingende nachtegalen terwijl de geliefden naar elkaar hunkeren en ten slotte in elkaars armen liggen. De nachtegaal stond symbool voor de heimelijke of overspelige minnaar, die ’s nachts over het balkon klimt en zijn ding doet. En als iemand je in de late Middeleeuwen uitnodigde om naar de nachtegaal te luisteren betekende dit een impliciete uitnodiging tot seks. Sommige onderzoekers (‘what’s on a man’s mind?) denken dat ook de structuur van de zang van de nachtegaal zèlf tot de erotische reputatie heeft bijgedragen. Na de serie langgerekte uithalen (tiiit, tiiiit, tiiiiit) zingt de nachtegaal immers een ritmisch jug-jug-jug.

Veel bezongen

De nachtegaal staat op de absolute nummer een van de vogels die in gedichten voorkomen. Honderden gedichten en muziekstukken zijn er aan de nachtegaal gewijd. De meeste hebben met de echte nachtegaal niets van doen. Ik verdenk al die dichters en componisten ervan dat ze nog nooit een nachtegaal in het echt hebben gehoord. De Engelse Romantische dichter Samuel Taylor Coleridge is de eerste dichter die echt naar nachtegalen ging luisteren – en ontdekte dat de zang helemaal niet melancholiek of klaaglijk klinkt. In zijn gedicht The nightingale (1798) neemt hij er afstand van – en daarmee van drieduizend jaar literaire traditie. 

Most musical, most melancholy’ bird!
A melancholy bird? Oh! idle thought!
In nature there is nothing melancholy.

Ook Guido Gezelle kende nachtegaal uit eigen waarneming. Een van zijn bekendste gedichten is: ‘Waar zit die heldere zanger’, uit circa1889. Het is een van de weinige gedichten in de Nederlandstalige literatuur die vogelgeluiden nabootsen. Gezelle vergelijkt de zang van de (verborgen) nachtegaal met het weven van een lijkwade en slaagt er zelfs in, klank en ritme van de zang te imiteren. Het herhaalde ‘’k hoore, ’k hoore, ’k hoore’ zijn de fluitstrofen. De tjok-motieven verklankt Gezelle met heerlijke klankwoorden als ‘tokt zijn taakgetik’, ‘zijpzapt’ en ‘klabakt’. In veel andere gedichten ziet Gezelle in de natuur de grootheid van God, maar in dit gedicht krijgt de nachtegaal een eigen status waar Gezelle eerbiedig zijn kapelaanshoedje voor afneemt.

Waar zit die heldere zanger, dien
ik hooren kan en zelden zien,
in ’t loof geborgen,
dees blijden Meidagmorgen?

Hij klinkt alom de vogels dood,
bij zijnder kelen wondergroot’
en felle slagen,
in bosschen en in hagen.

Waar zit hij? Neen, ‘k en vind hem niet,
maar ‘k hoore, ‘k hoore, ‘k hoore een lied
hem lustig weven:het kettert in de dreven.

Guido Gezelle

Tekst: Dick de Vos. Dick is literatuurwetenschapper, vogelkenner en schrijver van natuurboeken. In zijn boek Ode aan de nachtegaal duikt hij diep de cultuurgeschiedenis in. 

Foto’s nachtegalen: René van Rossum

Dit artikel verscheen in Duin. Wil je meer weten over de ontwikkelingen langs de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een proefexemplaar aan.

Gerelateerde berichten

De dodaars is een schattig uitziende kleine fuut. In het voorjaar kun je ze vinden in kleine duinmeertjes. Goed kijken want ze houden van dichte begroeiing langs de oevers en zijn een beetje schuw.
Drinkwaterbedrijf Dunea mag veertien barakken langs de rand van het duingebied Berkheide (de Mientkant) slopen voor uitbreiding van de drinkwaterproductie en de aanleg van een “landschapspark”. Dat heeft de Raad van State onlangs bepaald. De uitspraak betekent dat een in 2020 verleende sloopvergunning, die door Stichting Het Cuypersgenootschap werd aangevochten, in stand blijft.