Altijd Groen

Berijpte klimop – door George Arkesteijn

Het einde van het jaar nadert. Tijd voor bezinning en een winterse duinwandeling. In de binnenduinbossen hebben de bomen hun blad verloren. Wintergroene bomen en struiken als hulst, klimop en taxus vallen nu goed op. 

Van oudsher zijn deze wintergroene planten – evergreens, zeggen de Engelsen treffend – zeer gerespecteerde soorten met een symbolische of mythologische betekenis. Er zijn veel legenden over, ze zijn beschreven in kruidboeken en afgebeeld op oude schilderijen en prenten, zie kader. Tegenwoordig krijgen ze voornamelijk nog aandacht als versiering in kerststukjes. 

Hulst 

Hulst is onze enige inheemse wintergroene loofboom. De bladeren zijn glanzend, leerachtig en hebben doornige tanden. In Europa komt de soort voor in gebieden met een Atlantisch klimaat, gekenmerkt door zachte winters en niet te droge zomers. Hulst is vaak in landgoederen aangeplant om zijn mooie donkergroene blad en rode bessen. Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten op verschillende planten; de bessen alleen aan ‘vrouwelijke’ planten. De rode bessen bevatten vier of vijf harde pitten. Ze zijn iets giftig. De zaden zijn zeer kortlevend, korter dan één jaar. De hulst zelf daarentegen wordt zeer oud. 

Taxus en hulst dragen in de winter rode bessen. Foto: Hanneke Mesters

Taxus

Taxus hoort bij de naaldbomen. De soort is inheems in Midden-Europa, in ons land is zij alleen in het oosten inheems en is daar zeldzaam. Zijn hout is heel hard en buigzaam en rot niet. In de steentijd al werd het hout gebruikt voor handbogen. Het woord taxus is afgeleid van het Griekse woord taxon wat boog betekent. Vanaf de Middeleeuwen is de taxus overal in ons land aangeplant. Tegenwoordig komt hij in grote delen van het land vrij algemeen voor. In de duinen is de taxus een boom van de landgoederen. De ontwerpers van landschapstuinen in romantische Engelse stijl hebben deze beeldbepalende, sfeervolle bomen in hun ontwerp meegenomen. Wandelend door Landgoed de Horsten tussen Wassenaar en Voorschoten verbaasden we ons over hoeveel taxussen daar stonden. Overigens vrij veel nog niet zo oude exemplaren. En ook in Meijendel valt ons dat de laatste jaren steeds meer op. 

In het vroege voorjaar bloeien de mannelijke bomen met geel gekleurde bolvormige kegeltjes. Wanneer je ertegen tikt, komen er hele wolken stuifmeel uit de boom. De vrouwelijke exemplaren dragen in de nazomer en herfst wasachtige vlezige rozerode ‘bessen’. Geen echte bes, maar een bekervormig vlezig omhulsel van het zaad. De taxus wordt ook wel venijnboom genoemd. De hele boom is giftig behalve de ‘bessen’. Het zaadje erin echter weer wel, vandaar het venijn? Vogels en kleine zoogdieren eten ze en zo worden de niet verteerde zaden verspreid. Van zijn naam is weer het woord toxisch afgeleid, wat verwijst naar zijn zeer giftige stoffen waaronder taxol, dat al heel lang gebruikt wordt bij kankerbestrijding. 

Taxus groeit zeer langzaam en kan zeer oud worden. Er bestaan nog taxusbomen waarvan men schat dat ze 1000 jaar oud zijn. Een 800 – 1200 jaar oude taxus met een omtrek van ruim 9 m en een hoogte van 11 m staat in Tisbury (Engeland) op een kerkhof. Zijn stam is hol en gevuld met beton, maar de boom schijnt er niet veel last van te hebben.

Klimop

Met zijn late bloei is de klimop in de herfst nog een voedselbron voor insecten. Foto: George Arkesteijn

Klimop wordt veel aangeplant. Iedere treinreiziger of automobilist kent wel de kilometers geluidscherm waar klimop als ’graffiti-bedekker’ fungeert. Ook dit is een zeer giftige plant, vooral blad en bessen. Voor veel dieren is klimop een belangrijke voedselbron in schaarse tijden: klimop heeft een ‘tegendraadse fenologie’: de bloei is in het najaar en vormt dan een belangrijke nectar- en stuifmeelbron voor vlinders, bijen en zweefvliegen. De geelgroene bolvormige bloemschermen ruiken heerlijk. De zwarte bessen zijn rijp in het voorjaar. Dan zijn er voor lijsters en duiven weinig andere bessen te eten. In de zomer kun je rond de klimop het boomblauwtje zien fladderen, een vlindertje dat de klimop als zijn waardplant heeft. 

Jeneverbes

Als laatste mag als inheemse groenblijver de jeneverbes niet ontbreken. De meest bizarre vormen kan zo’n struik aannemen. De kleur is ook bijzonder: de korte priemvormige naalden zijn blauwgroen. De bessen rijpen in twee jaar, nieuwe bessen verschijnen voordat de oude zijn afgevallen. De geurige, blauwberijpte kegelbessen worden gebruikt als smaakmaker in… jenever. 

De bessen van de jeneverbes rijpen pas na twee jaar uit. Aan de vrouwelijke plant zitten altijd onrijpe groene en rijpe blauwzwarte bessen. Foto: IvarLeidus

Hoewel we ze vooral kennen van stuifzanden en heidevelden in Oost-Nederland, staan ze ook in de duinen van vooral het waddendistrict, de kalkarme duinen. Het gaat al decennialang niet zo goed met deze soort. Hij verjongt zich maar heel mondjesmaat. De zaden komen moeilijk tot kiemen door verminderde milieudynamiek, ze hebben verstoorde open grond nodig. . Op plaatsen waar deze wel aanwezig is, m.n. op militaire terreinen, zien we een duidelijke verjonging. En als ze dan gekiemd zijn, worden de jonge plantjes weer opgepeuzeld door schapen of konijnen, blijkt uit recent onderzoek in Drenthe. 

Door hun dichte naalden- of bladerdek en grillige vorm bieden deze wintergroene struiken en bomen beschutting, een verstop-, slaap- en nestelplek voor vogels en kleine zoogdieren. Zo roesten ransuilen graag in een taxusboom. 

Steeds groener

Na 2000 breidden deze inheemse wintergroene bossoorten, de verwilderde cultivars hiervan en veel andere altijd groene exoten zich sterk uit. Bij klimop, hulst en taxus ligt het percentage nieuwe kilometerhokken na 2000 boven de 50%, bij taxus zelfs op 79%. Het feit, dat ook de al lang in tuinen aanwezige wintergroene soorten zich steeds meer spontaan in de natuur vestigen, duidt er op dat klimaatverandering een rol speelt. In Engeland schuift de hulst naar het noorden op en vanuit Denemarken heeft de soort zijn grens naar Zuid-Zweden verlegd. In het oosten van Duitsland en in Polen was klimop vooral een bodembedekker die daar zelden in bloei kwam. Hij breidt zich in deze landen steeds verder uit en gedraagt zich vaker als de bij ons bekende in bomen klimmende, bloeiende en vruchtzettende liaan.

Let al dwalend door een winters duinbos eens op deze groene struiken. Ze zijn de moeite waard. Laat je gedachten dan ook afdwalen naar de betekenis die deze planten eeuwenlang hadden. 

Deze stokoude jeneverbes - ook wel de mysterieuze jeneverbes genoemd - staat in de Zeegser Duinen, Drenthe.  Ook nu spreek zo'n boom nog tot de verbeelding.

Symboliek in volksverhalen

Deze altijd groene planten hadden in Europa vaak een symbolische betekenis bij leven en dood en de overgang van winter naar lente: de zonnewende rond 21 december. Dit omdat ze hun bladeren niet verliezen zoals andere bomen, en omdat ze heel oud kunnen worden. De verhalen en verwijzingen zijn talloos, hieronder volgen er een paar. 

De taxus speelt een rol in allerlei Keltische en Scandinavische volksverhalen. Ook voor de oude Grieken en Romeinen was de taxus een betekenisvolle boom: de furies (wraakgodinnen) droegen fakkels van taxushout. Tot op de dag van vandaag is het een boom van treurnis. Ze staan veel op begraafplaatsen. 

Ook hulst staat symbool voor de overgang van de dood (winter) naar wedergeboorte (lente). Al in voorchristelijke tijden is de hulst verbonden met de midwinterfeesten. Romeinen stuurden elkaar hulsttakken als gelukwens tijdens de Saturnus-feesten in december. De hulst staat ook voor moederschap, liefde, vertrouwen en begrip, samengevat ‘huiselijk geluk’. 

Klimop slingert zich op veel afbeeldingen rond de staf van de Griekse god Dionysus, god van vreugde en extase. In Keltische mythologie was klimop symbool van trouw, eeuwigheid en vruchtbaarheid. In de Victoriaanse tijd werd klimop daarom nog vaak gebruikt in trouwboeketten. Ook bracht de klimop bescherming en geluk en plantte men het daarom rondom huizen .

Er woont een goede geest in de jeneverbes, dacht men vroeger. . Daarom mocht deze niet gekapt worden. Bij de Kelten werd de jeneverbes gewijd aan Balder, god van onschuld en licht, bij de Grieken aan Hermes, de boodschapper van de goden. De Germanen gebruikten het hout bij de verbranding van doden en bij offerrituelen. Op een Germaans urnenveld achter Vlodrop (Zuid-Limburg) is houtskool van jeneverbes aangetroffen. 

Tekst: Marijke Kooijman en Hanneke Mesters. Marijke en Hanneke zijn redacteur van Duin.

Dit artikel verscheen in Duin. Wil je meer weten over de ontwikkelingen langs de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een proefexemplaar aan.

Gerelateerde berichten

Drieteenstrandlopers kun je gemakkelijk spotten tijdens een winterse strandwandeling. Het zijn vrij kleine steltlopers die in kleine groepjes voedsel zoeken langs de vloedlijn. Ze trippelen op een grappige manier mee met de af en aan rollende golven. Verrekijker mee!
De Bonnenpolder in Hoek van Holland wordt nieuw natuurgebied. Het Natuur Netwerk Nederland in Zuid-Holland krijgt er 154 hectare bij. De komende jaren verandert dit voormalige landbouwgebied van 154 hectare in een uniek natuurgebied, dat onderdeel wordt van het Natuur Netwerk Nederland.
Stichting Duinbehoud heeft samen met 3 andere organisatie strafrechtelijke aangifte gedaan tegen SABIC (Bergen op Zoom) wegens 30 jaar illegaal lozen van PFBS.