Ontdek de Heggenduizendknoop

Heggeduizendknoop door Theo Baas

Fallopia dumetorum

Heggenduizendknoop, met de wetenschappelijke naam Fallopia dumetorum, is het broertje van de als lastig akkeronkruid bekendstaande zwaluwtong. Beiden zijn eenjarige klimmende planten met lang gesteelde, driehoekige, pijlvormige bladeren. Heggenduizendknoop wordt echter veel forser, en de buitenste drie slippen van het bloemdek vertonen een brede witte rand, waardoor de plant doet denken aan de in tuinen ooit zo populaire Chinese bruidssluier.

Bloei

De tot drie meter lange stengels kunnen in de loop van de zomer hele struwelen met fraaie sluiers draperen. Een hele prestatie voor een plant die dat voorjaar uit een enkel zaadje is ontkiemt. De planten bloeien vanaf juli tot in de herfst. De bloemdekslippen omsluiten elk een driehoekig zwart zaadje (nootje) dat aan een klein beukennootje doet denken. De nootjes van heggenduizendknoop zijn 2 ½ – 3 mm groot en glanzend. De nootjes van zwaluwtong zijn aanmerkelijk groter (4-5 mm) en dof.

Heggenduizendknoop in de duinen

In tegenstelling tot de zwaluwtong (die vooral bekend is als akkerplant) is heggenduizendknoop een plant van voedselrijke zomen en (duin)struwelen. Ze heeft een voorkeur voor zonnige, warme plaatsen op droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende en goed doorlatende zand- en leemgrond. Vaak groeit ze in gezelschap van andere lianen als bitterzoet, hop en bosrank.
Heggenduizendknoop is een plant van de gematigde streken in Europa en Azië. In Nederland is ze tamelijk algemeen in de pleistocene streken, het rivierengebied en de kalkrijke Hollandse duinen. Daarbuiten is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief DuinTopics. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom de kust? Klik hier en schrijf je in.


Gerelateerde berichten

Hulst (Ilex aquifolium) is de enige wintergroene loofboom die van nature in ons land voorkomt. De plant heeft leerachtige scherp getande bladeren die aan de bovenkant glimmen en aan de onderkant dof zijn. Hulst tref je aan in oudere loofbossen op min of meer zure zand- en leembodems. Ze prefereert een Atlantisch klimaat met zachte winters en niet te droge zomers.
Aardsterren zijn onopvallend gekleurde paddenstoelen. Je moet dus wel een beetje zoeken om er een te vinden. Maar als je er eenmaal een ontdekt hebt zie je hoe bijzonder van vorm ze zijn. Ze lijken helemaal niet op een paddenstoel!
Kattendoorn en kruipend stalkruid behoren beide tot de vlinderbloemigen. Ze zijn dan ook zeer in trek bij hommels, bijen en zweefvliegen. Ze zijn een tweelingsoort, kruipend stalkruid onder de naam Ononis repens subspecie procurrens en kattendoorn Ononis spinosa subspecie spinosa.