skip to Main Content

Pseudo- of bastaardschorpioenen

In Nederland leven geen schorpioenen. Wel pseudo- of bastaardschorpioenen: spinachtigen van een andere orde. Pseudoschorpioenen zijn landdieren met vier, twee of geen ogen. Het kopborststuk en achterlijf zijn breed en met elkaar verbonden. Het eerste paar monddelen is klein en voorzien van een spinorgaan, het twee paar is groot en voorzien van scharen, net als bij schorpioenen.
Op het menu van de pseudoschorpioen staat een grote variatie aan kleine insecten en spinachtigen; zelfs soortgenoten worden met smaak verorberd. De scharen zijn voorzien van gifklieren waarvan het gif in prooien -tot een omvang van een paar maal hun lichaamsgrootte- wordt ingespoten.
Wereldwijd zijn er ongeveer 3300 soorten pseudoschorpioenen bekend en in Nederland zijn er tot nu toe 23 soorten gemeld. Over de verspreiding van soorten in Nederland is weinig bekend, en dichtheden kunnen sterk fluctueren per jaar. Over het algemeen worden pseudoschorpioenen gevonden in de strooisellaag of onder boombast waar ze beschermd zijn tegen uitdroging. Chthonius tetrachelatus weerstaat uitdroging beter en wordt gevonden op helmgras op de eerste duinenrij. Eén soort, de boekenpseudoschorpioen Chelifer cancroides, wordt  binnenshuis aangetroffen. De pseudoschorpioenen op de foto zijn gevonden door Theo Westra op een boomstam in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Bronnen:

De Nederlandse Biodiversiteit. J. Noordijk, A.J. van Loon, E.J. van Nieukerken, R.M.J.C. Kleukers. KNNV uitgeverij, november 2010

www.natuurinformatie.nl

Schorpioenen in Nederland_Theo Westra_600

Pseudoschorpioenen op een boomstam in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Foto: Theo Westra

Back To Top