skip to Main Content

Terschelling

Digitale excursie door de Duinen van Texel, IVN

Het Waddeneiland Texel heeft een afwisselend landschap. Bossen, heidevelden, kwelders en uitgestrekte zandvlaktes vind je hier vlak bij elkaar. Tussen de droge duinen zijn er natte duinvalleien. Het bekendste zijn de unieke kreken- en kweldergebied de Slufter en de grote zandplaat De Hors. Bewonder hier wel tachtig vogelsoorten, onder andere de lepelaar, de dwergstern en de velduil. Kijk voor de excursie op de website van IVN..

read more

Waardebon donateurschap

Speciale actie! Is er iemand jarig in de familie? Geef je vader, moeder, zusje of oom een cadeaudonateurschap. Deze pdf kun je uitprinten om het cadeau, met een strik erom, te geven.

read more

Geel walstro, kaas en kleur

Geel walstro; Lady’s Bedstraw. Foto: Nico van Kappel

Geel walstro, Galium Verum ook wel Echt Walstro genoemd,een prachtige algemeen in duin voorkomende plant die tot wel 120 cm hoog kan worden. De plant ruikt naar honing en in het duin noemt men deze ook wel keverseten. Galium komt van het Grieks, gala=melk en verum=echt.

De plant kan worden gebruikt om melk te doen stremmen. Met de kleurstof uit de bloemen wordt Double Glouchester kaas geelachtig, oranje gekleurd en geeft er ook een speciale smaak aan. In Schotland wordt de plant nog als natuurlijke verfstof gebruikt geel van de bloem en rood van de wortel. En tot slot een spreuk die niet ieder kent: Witte paarden hebben veel stro nodig.

read more

Oeverzwaluw, de kleinste in Europa

Foto: vogeldagboek.nl

Herkenbaar aan  de bruine borstband. Ze broeden in kolonies van meer dan 50 paren, die tijdelijk zijn. Oeverzwaluwen overwinteren veelal in Afrika. De omstandigheden in de Sahel, waar zij van juli tot oktober naar toe trekken, bepalen min of meer de aantallen hier. Geschat op rond de 20.000 broedparen. Zij broeden in stuivend duin, rivier en beekbeddingen die er steeds minder zijn. Zij graven hierin hun nestgangen en holen. Er worden in toenemende mate oeverzwaluw wanden gebouwd om meer broedplaatsen mogelijk te maken.

Muggen en insecten, welke vaak boven water worden gevangen vormen hun voedsel. En 1 zwaluw eet wel 50.000 insecten per week, effectievere muggenvangers zijn er haast niet.

Een quote van Andre Demedts: De liefde is als een vogel in de lucht, niemand kan haar dwingen uit onze handen te komen eten.

read more

Struikheide

In een warme zomer zonder veel neerslag verliezen de droge duinen hier en daar soms veel aan kleur. Planten beginnen te verdrogen, bloemen verleppen of vallen af. Maar het is wel dè tijd voor de struikhei! Vooral in het kalkarme district, de duinen tussen Bergen en Den Helder en op de Waddeneilanden kleuren grote stukken duin paars. Meer zuidelijk in ons land vinden we de soort sporadisch in oudere, ontkalkte binnenduinen. Het is de moeite waard eens goed naar een bloeiende struik te kijken. Aan de honderden langgerekte bloeitrossen hangen tientallen fraai gevormde kelkjes. Samen kleuren die het landschap paars. Die bloempjes worden veelvuldig bezocht door talloze soorten insecten: honingbijen, wilde bijen en vlinders. Daarbij ook een opvallende vlinder die zijn naam aan de plant dankt, de heivlinder.

Duin, Zomer 2019

read more

Strandreservaat Noordvoort: het begin is er.

Foto: Noordvoort

Noordvoort heeft eerder dit jaar veel aandacht gekregen in de media. Aanleiding was het besluit van bestuurders om medewerkers van de Formule 1 toe te staan over het strand en dwars door het strandreservaat van Noordwijk naar Zandvoort te rijden. Noordvoort is daarmee op de kaart gezet sinds het precies een jaar geleden officieel werd geopend.

Om aan de Hollandse kust het oorspronkelijk duinlandschap weer een kans te geven zijn op diverse plaatsen initiatieven ontwikkeld om de dynamiek in het duin terug te brengen. Zand moet bewegen om de achterliggende duinen van nieuwe impulsen te voorzien. Op de grens van Noord en ZuidHolland is dit herstel in eerste instantie door Waternet aangepakt. Op verschillende plaatsen is de zeereep kaal gemaakt door begroeiing en wortels weg te halen. Hiermee werd het project Noordvoort fase 1 op de grens van Zandvoort en Noordwijk geboren. Waternet heeft vanuit haar verantwoordelijkheid als natuurbeheerder van de Amsterdamse Waterleidingduinen in samenwerking met beheerders en overheden fase 1 gerealiseerd. Wind kreeg weer vat op het duin en het zand is gaan verplaatsen waardoor diepe stuifkuilen en kerven in het duin zijn ontstaan. Na een aanvankelijk matig resultaat en nog een keer ruimen van wortels en losmaken van het duin, is het zand goed in beweging gekomen. Het overstuiven naar het binnenland is begonnen. Inmiddels, in 2019, heeft ook Staatsbosbeheer in kader van PAS, in het zuidelijke deel van Noordvoort, grote oppervlaktes in de reep kaal gemaakt om het natuurlijke verstuivingsproces op gang te brengen.

Om de bezoekers met het dynamische duin kennis te laten maken heeft Waternet op het hoogste duin een prachtig uitkijkpunt gemaakt. Vanaf het fietspad tussen de Langevelderslag en Zandvoort is dit punt via een schelpenpad goed bereikbaar. Het ligt niet alleen midden tussen de stuifkuilen maar geeft een prachtig uitzicht over de wijde omgeving. Met de zee in de rug zie je de hele Amsterdamse Waterduinen aan je voeten liggen. Met de Hollandse luchten er boven is het een geweldig panorama van de wijde omgeving. Op het uitzichtpunt is het effect van verstuiven goed te zien en te beleven.

Omdat het duingebied op de grens van Noordwijk en Zandvoort een relatief rustig gebied is leent het zich goed om het strand erbij te betrekken. Daarom is in het Natuurbeleidsplan van de gemeente Noordwijk in 2006 op initiatief van de Vereniging voor Natuur- en Vogelbescherming Noordwijk (VNVN) een strandreservaat opgenomen. Dit plan, fase 2 van Noordvoort, is unaniem door de gemeenteraad aangenomen en de vereniging is na de opening van het uitzichtpunt in 2013 aan de slag gegaan om het strandreservaat te realiseren. Het lukte echter in eerste instantie niet om de politiek in beweging te krijgen. Dat ging pas goed toen het Eneco Luchterduinen in 2015 een subsidie (€ 10.000) ter beschikking stelde om een plan en budget op te stellen waarmee wethouders en gemeenteraden over de streep konden worden getrokken. Inmiddels had de VNVN actieve steun gekregen van Waternet, Hoogheemraadschap Rijnland, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland en IVN Zuid-Kennemerland. Samen met vertegenwoordigers van de gemeentes Noordwijk en Zandvoort werd een projectgroep gevormd die door de gemeente Noordwijk wordt getrokken.

Foto: Noordvoort

Noordvoort is gecreëerd voor natuurbeleving en als reservaat voor bijvoorbeeld vogels en mogelijk zeehonden. Daarvoor is drie (3) kilometer strand visueel afgebakend; bezoekers worden door de samenstelling van het reservaat verleid om het rustgebied niet te betreden maar gebruik te maken van de passage over de zeereep, waar een wandelpad is aangelegd met aparte toegangen en twee uitzichtpunten. Op 8 mei 2019 is Noordvoort officieel geopend.

Hoe gaat het nu met strandreservaar Noordvoort?

Een strandreservaat beschermen, zelfs als dat de steun van betrokken provincies en gemeentes heeft, is niet eenvoudig. Dit jaar was het voor de Formule 1 dat het strand zou worden gebruikt. Maar er zijn helaas meer van dit soort voorbeelden. Al in 2014 en 2015 moest er tot de Raad van State worden geprocedeerd om trainende sulky’s van het strand te weren. Op dit moment gaat het om mountainbikers en paarden die de nieuwe gemeenteraad van Noordwijk op het strand en Noordvoort wil toelaten. Zelfs een unaniem besluit van de gemeenteraad in het verleden is geen waarborg dat het strandreservaat veilig is, zo blijkt.

Er wordt nog steeds gewerkt aan verbeteringen van Verbodsbepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV), zoals: honden aan de lijn, verboden te vissen, geen schelpenvisserij etc. In het verlengde daarvan is er steeds meer behoefte aan gecoördineerd beleid voor handhaving van die regels. Er zijn namelijk veel instanties betrokken bij de handhaving, die cruciaal is om een gedragsverandering bij bezoekers voor elkaar te krijgen. Dat laatste blijkt niet eenvoudig. Sommige mensen vinden het een uitdaging om te controleren of informatieborden gesloopt kunnen worden terwijl veel hondenbezitters hun viervoeter alleen maar willen laten struinen in het natuurgebied.

Van een andere orde, maar erg belangrijk, is de ervaring dat bezoekers over een redelijke lichamelijke conditie moeten beschikken om de wandelroute over de zeereep te kunnen volgen.

Noordvoort is een indrukwekkend project en een goed voorbeeld van de hulp die wij mensen kunnen geven aan de ontwikkeling van de natuur.

Voor het welslagen van het project moeten bezoekers daarvan worden overtuigd. Er wordt daarom hard gewerkt aan nieuwe borden en een educatieve video.

Daarnaast dienen de regels ter bescherming van het gebied worden gehandhaafd.

Maar er zijn ook nieuwe ideeën nodig. Kunnen bijvoorbeeld extra paden en vlonders niet helpen om wandelaars door het gebied te leiden? Misschien moeten bepaalde gedeeltes zelf wel worden afgesloten om zo de nodige rust te geven aan rustende of misschien broedende vogels?

Er is nog veel te doen vooraleer Noordvoort een echt succes genoemd kan worden, maar: het begin is er.

In samenwerking met Leo Schaap (Noordwijk, 2020, projectgroep Noordvoort).

read more

Vernieling vochtige duinvalleien door bestrijding Watercrassula

Watercrassula is een plantje uit Australië dat op een of andere manier terecht is gekomen in de duinen van Terschelling – voor het eerst werd het in 2012 gezien – en daar grote gebieden overwoekert. De provincie Friesland heeft besloten dat het afgelopen moet zijn. En als de Friezen zich iets voornemen zal het gebeuren ook: ‘by elke kosten’.

Crassula helmsii, Watercrassula, is een exoot, die behoort tot de familie van de vetplanten. Het plantje groeit op vochtige tot natte, voedselarme zandbodems, en kan in korte tijd een enorme plantenmassa produceren. Daarbij verdringt het plantje de inheemse flora, zoals pioniersplanten die zich proberen te vestigen in de vochtige duinvalleien. Wat ook bijdraagt aan de verspreiding is dat elk stukje van de plant dat achterblijft voor een nieuwe plant zorgt. Vogels met kleine stukjes aan hun poten geplakt of mensen aan hun schoenen, verspreiden het plantje dus ook. Kortom, Watercrassula is echt een probleem en er is geen eenvoudige manier om ervan af te komen, als dat sowieso al lukt.

In 2017 is geprobeerd zout water uit zee de valleien met de groeiplaatsen in te pompen omdat Watercrassula niet tegen zout water kan. Maar het zout uit het zeewater loste op in het ecosysteem en leidde niet tot voldoende verzilting.

In oktober 2018 werd besloten de zaak drastischer aan te pakken. Daarbij werd de Stichting Bargerveen ingehuurd en het bedrijf Soontiens uit Eindhoven, gespecialiseerd in het bestrijden van het woekerplantje. In de duinvalleien met veel Watercrassula werd de vegetatielaag met de plantjes volledig verwijderd, het zand met de plantjes begraven in een duinterrein met een vegetatie van grijze duinen, die eraan opgeofferd werd. Feitelijk was er sprake van een soort uitruil van zand, doordat het zand uit de kuil waarin de plantjes werden begraven werd gebruikt om de bodem van de geplagde vallei op te vullen. Door deze methode werd niet alleen de crassula verwijderd, maar ook de natuurlijke valleibodem, inclusief de zadenbank van de natuurlijke pioniervegetatie.

Om dit probleem op te lossen werd voorgesteld een zadenbank van elders te halen en deze in het schone zand uit te strooien, met name zaden en plantenresten van hoge waterplanten. Deze zouden vervolgens de crassula verhinderen om te groeien. Ook in dit geval heeft elk voordeel helaas een nadeel. Al geruime tijd probeert Staatsbosbeheer namelijk de groei van pioniersoorten te stimuleren door de duinvalleien te plaggen en op te schonen. Als die volgroeien met hoge planten is herstel van waardevolle pioniervegetatie ook niet meer mogelijk.

De Watercrassula vestigde zich op Terschelling in enkele valleien bij Midsland aan Zee, maar breidde zich snel uit naar andere valleien, waaronder het Waterplak, met kolonies van Aalscholver en Lepelaar. In het droge jaar 2018 werden de valleien gedurende de hele zomer drooggepompt waarbij het water werd afgevoerd naar zee. In het Waterplak was de bestrijding niet succesvol, de groeiplaatsen breidden zich uit tot een oppervlak van 8 hectare (de vallei is betrekkelijk voedselrijk door vogelmest). In 2019 is het Waterplak volgens dezelfde methode onder handen genomen, samen met de vallei Onder de Draad. Deze laatste vallei is inmiddels omgevormd tot een droog duin waarin de plantjes zijn begraven. Het benodigde zand voor het opvullen van de verwijderde vegetatielaag werd van her en der op het eiland aangevoerd, deels uit de zeereep.

Daarnaast zijn in een steeds groter aantal valleien het afgelopen jaar kleine groeiplaatsen aangetroffen, die voorlopig worden bestreden door “handpicking” (handmatig verwijderen). In het Meisterplak is dit niet succesvol geweest, waardoor ook deze vallei nu machinaal wordt opgeschoond op bovenstaande wijze.

Vijf miljoen euro is er inmiddels door de provincie besteed aan de opruiming van het woekerende plantje.

Om praktische redenen is er ‘even’ aan voorbij gegaan dat het Terschellingse duin Natura 2000-gebied is en dus wettelijk beschermd moet worden voor al te gortige ingrepen. Feitelijk had vanaf het begin de vraag nooit mogen zijn: hoe bestrijden we Watercrassula, maar: hoe bestrijden we het op een natuurlijke manier. Niet dat het antwoord daarop makkelijk zou zijn geweest. Helaas is tot nu toe geen enkele methode effectief gebleken, niet op Terschelling maar ook niet op andere plaatsen in Nederland. Zelfs ‘by elke kopen’ helpt voorlopig niet.

In samenwerking met Piet Zumkehr, duinconsulent Terschelling.

H.H. van Kleef E. Brouwer J.M.M. van der Loop M. Buiks E.C.H.E.T. Lucassen, Stichting Borgerveen, 2017.

Janneke van der Loop Hein van Kleef Johan van Valkenburg Lisette de Hoop Baudewijn Odé & Rob Leuven

De levende natuur, jaargang 118, nummer 4, p150 t/m 153.

read more

Langs de Europese duinen

Duinbehoud interviewt Dorien Rebergen die met haar auto langs de kust van Europa is gereden.

Welke route heb je gereden?

Ik ben begonnen in Tarifa, de zuidelijkste punt van Spanje, waar je bij mooi weer Marokko ziet liggen. Hier begon ik mijn reis langs de Europese westkust van: Spanje, Portugal, Spanje, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen tot de Noordkaap. En vandaar reed ik in twee weken 3.300 kilometer terug via Noorwegen, Zweden, Denemarken, Duitsland en Nederland.

Foto: Playa de Bolonia Spanje

Wat is de reden dat je deze reis wilde maken?

Twee redenen. Een: ik groeide op tussen de Utrechtse Heuvelrug, de Grebbelinie bij de Rijn en de Gelderse Vallei. En in de zomer gingen we naar de Nederlandse Kust, naar Walcheren in Zeeland. Zo ontstond mijn liefde voor de zee, het strand en natuurlijk de duinen. Later ging ik ook vaak naar Wijk aan Zee. Dagenlang fietsten we door de duingebieden zoals de nog steeds prachtige Kennemerduinen. Tip: fiets de LF-1 route, van Den-Helder tot Sluis, 330 kilometer aan fietspaden soms dwars door de duinen. Ik ben het gelukkigst aan zee, op het strand in de Hollandse Duinen!

En de tweede reden: ooit zag ik op MTV een duo dat van Gibraltar naar de Noordkaap liftte. Ik dacht ”… dat wil ik ook … maar dan langs de kust”. Pas toen later iemand mij vroeg wat mijn droom was, heb ik dit idee omgezet in een actie. Het leek mij fantastisch elke dag de zon in de zee zien zakken.

Hoelang en met wie ben je gaan rijden?

Ik reed alleen en af en toe reden vrienden een stuk mee. Ik had twaalf jaar geen auto gereden. Dus ik moest wel weer even wennen aan de weg en mijn huurauto. Maar dat ging allemaal goed. Ik reed de route in dertien weken: 14.211 kilometer, inclusief heen- en terugreis. Op 29 april vertrok ik uit Utrecht en ik was drie maanden later op 29 juli weer thuis.

Foto: Dune du Pilat Frankrijk

Wat is het mooiste wat je hebt gezien?

Die vraag krijg ik vaak. In de eerste plaats is de totale reis erg bijzonder geweest. Weken langs de kust rijden, met aan de linkerhand alleen maar water, nieuwe gebieden ontdekken, mensen ontmoeten en de zee en de duinen zien. Elke dag!

Als ik een paar prachtige gebieden mag noemen, van zuid naar noord:

  • Het mooiste strand en duingebied in het zuiden van Spanje: Playa de Bolonia, waar de koeien op het strand nog net niet de kleine schildpadden vertrappen en het hostel óp het strand staat. Maar vergeet dat ik dit heb gezegd, want het moet eigenlijk een geheim blijven, deze mooie rustige plek.
  • De Alentejo, het stuk tussen Sagres en Lissabon aan de Portugese kust. Vanwege de prachtige natuur. En de leuke dorpjes en lieve relaxte mensen. Dit is trouwens een geliefd gebied bij wandelaars.
  • Galicië in Noordwest-Spanje. Met de smalle kustwegen, de waanzinnige natuur en natuurlijk de overheerlijke tapas.
  • Voor mij was het een grote wens om ooit eens naar het eiland Il de Ré in Frankrijk te gaan. Daar heb ik een fiets gehuurd en me enorm verkeken op de afstanden en vooral de wind, maar wat een mooie plek!
  • En ja, Noorwegen, de Lofoten en de Noordkaap: dit is echt spectaculair! Het laatste stuk, van Bergen naar de Noordkaap, ging ik met de Hurtigruten: een postschip dat ook passagiers meeneemt. Zes dagen lang op de boot met af en toe een uitstapje tijdens het laden en lossen van het schip. En dan … boven de poolcirkel waar het in de nacht licht blijft, omdat de zon niet ondergaat.

Maar toch … is de mooiste kust – de plek waar ik het aller-gelukkigst ben – de Zeeuwse kust. De droom waar ik nu aan werk, is een huis met een veranda bij de duinen in Zeeland. Ik heb alle kusten van West-Europa gezien, maar wij hier in Nederland hebben echt de mooiste kust! Ik zag laatst een post op Instagram van een Amerikaan bij een foto van het Terschellingse strand en duinen met de opmerking dat “The Dutch sandy beaches are the best kept secret in de world”.

Foto: Dishoek Zeeland

In welke landen lijkt de kust qua duinen op de Nederlandse kust?

Dat zijn delen van de Franse, Belgische en de Deense kusten. Hier heb je hetzelfde zicht en gevoel als in onze Nederlandse duinen. Zoals het glooiende duinlandschap met vooral lage begroeiing. De meeuwen. De fietspaden. De wind. De zandstranden. En ook, de bunkers uit WO II. Aangelegd door de Duitsers destijds: de bekende Atlantikwall. De historie en de Noordzee is toch wat deze kust bindt. Gek genoeg heb je ook in Zuid-Noorwegen een gebied – ‘Jaeren’- licht glooiend met brede zandstranden.

Heb je plannen om weer op pad te gaan?

Ik heb nog geen concrete plannen. Maar ik ga sowieso elk jaar een paar keer naar onze kust. Zeeland moet ik bijvoorbeeld minimaal eenmaal per jaar zien. Misschien dat ik nog een keer de LF1 fietsroute van Den Haag naar het noorden van Frankrijk fiets. En dan logeren via VriendenopdeFiets.nl.

Ken je de Stichting Duinbehoud?

Ik ken Duinbehoud (nog) niet heel goed, maar waar jullie voor staan, spreekt mij heel erg aan. Het behoud van de duinen is super belangrijk. Om zoveel redenen. Bescherming. Watervoorziening. En vooral vanwege de schoonheid. Wandelen, fietsen of gewoon zitten en over de zee turen. Zelfs na mijn fantastische reis langs de Europese westkust, staan onze duingebieden bij mij op 1! Ik hoop dan ook van harte dat we deze schoonheid behouden. Dat onze duinen en kustgebieden niet helemaal worden volgebouwd. Iedereen die zich daar voor inzet, draag ik een warm hart toe!

read more

De Strandplevier

De Strandplevier is, zijn naam zegt het al, een vogel die leeft op het strand. Hij behoort tot de steltlopers en is iets kleiner dan een spreeuw. De strandplevier zoekt zijn voedsel, als insecten, slakjes, kreeftjes, tussen het aanspoelsel en langs de waterkant. Hij bouwt zijn nest op schelpenbankjes tussen heel jonge duintjes, en brengt daar zijn jongen groot. Door de grote recreatiedruk op de stranden en afname van de plaatsen waar jonge duintjes op het strand ontstaan, is de strandplevier, wegens gebrek aan rustige broedplaatsen, heel zeldzaam geworden. Daarom zijn initiatieven gestart om kansrijke stranden in te richten als broedstrand voor de strandplevier en andere strandbroeders. Een voorbeeld hiervan is het project ‘Groene Stranden’, waar Duinbehoud aan meedoet.

Vanaf eind maart keren de strandplevieren vanuit hun overwinteringsgebieden in Zuidwest-Europa en Noordwest-Afrika terug naar de broedgebieden in Nederland, feitelijk het Deltagebied in Zeeland. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw is hun aantal met 75% afgenomen, op dit moment zijn er minder dan 200 broedparen. Dit komt allereerst omdat de stranden steeds vaker gebruikt worden door mensen. De recreatiedruk wordt elk jaar intensiever, noemen we dat verhullend voor onze houding om geen concurrentie te dulden van ‘vogels’. Daarnaast is er een natuurlijke oorzaak omdat er steeds minder strand is waar nog jonge duintjes ontstaan, die strandplevieren graag gebruiken voor hun broed.

Van oudsher dachten wij mensen dat het belangrijk was om te voorkomen dat duinen zich konden verplaatsen. Tegenwoordig streeft men er echter naar om dat juist te stimuleren door zogenaamd dynamisch kustbeheer. Daardoor krijgt de wind weer vrij spel en verplaatsen duinen zich steeds waardoor continu nieuwe natuur kan ontwikkelen.

Strandplevieren geven de voorkeur aan schelpenbankjes tussen jonge duintjes om te broeden. Ze doen dat ook graag met meerdere koppels en vormen een broedkolonie.

Als de tijd daar is wordt er een kuiltje in het zand gedraaid waarin meestal drie eitjes worden gelegd, die door hun schutkleuren nagenoeg onzichtbaar zijn. Bedoeld om eierrovers als kraaien en meeuwen om de tuin te leiden, zijn ze ook onzichtbaar voor wandelaars met vaak rampzalige gevolgen.

Na een maand komen de eitjes uit waarna vooral het mannetje de kuikens beschermt tegen kou en regen maar ook naderend gevaar. Na weer een maand kunnen de kuikens vliegen. In de nazomer verzamelt de hele groep jong en oud zich voor de rui waarna ze weer naar hun winterverblijf vertrekken.

Strandplevieren hebben het niet makkelijk met ons mensen. Wij zullen ze echt moeten helpen om te overleven. Gelukkig worden daarvoor steeds meer initiatieven genomen.

Bijvoorbeeld op het Zeeuwse Verklikkerstrand, een prachtig natuurlijk aangroeistrand waar volop jonge duintjes worden gevormd, ideaal broedgebied voor de Strandplevier. Staatsbosbeheer heeft, in overleg met de gemeente Schouwen-Duiveland, in 2018 voor het eerst enkele stukken van het Verklikkerstrand afgezet met palen en touw én informatieborden bij de afzettingen geplaatst. Helaas bleek dit niet afdoende voor broedsucces. Half april 2019 heeft Staatsbosbeheer opnieuw delen van het Verklikkerstrand afgezet. Inmiddels was de Vogelbescherming aangehaakt met het project ‘Strandbroeders’, en werd in samenwerking met de Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland de werkgroep ‘Strandbroederhoeders’ opgericht; ook de duinconsulent Schouwen-Duiveland was hierbij betrokken.

De Strandbroederhoeders, herkenbaar aan hesjes en badges, hebben in groepjes van twee op vrijdag en in het weekeinde de wacht gelopen op het Verklikkerstrand. Zij gaven voorlichting aan strandbezoekers, spraken hen aan op ongewenst gedrag, bijv. als ze de hond los lieten lopen op het broedstrand, en monitorden de broedresultaten. Natuurlijk maakten lang niet alle strandplevieren hun nest binnen de afzetting. De Strandbroederhoeders zagen dat nesten buiten de afzettingen snel verloren gingen en daarom is gestart met individuele bescherming van deze nesten. Kleine paaltjes met touw ertussen werden rondom het nest geplaatst en dat werkte goed. Tegen de tijd dat de kuikens verwacht werden, werden kuikendakjes bij de nesten geplaatst; de kuikens kunnen onder de dakjes schuilen als het regent of erg warm is. De bescherming was redelijk succesvol: in de nazomer van 2019 vlogen enkele jonge strandplevieren op het Verklikkerstrand uit.

Dit jaar wordt de bescherming voortgezet en uitgebreid: de afzettingen zijn geplaatst en de Strandbroederhoeders zijn weer actief. Door een financiële bijdrage uit het project ‘Groene Stranden’ zijn gazen nestkooien en wildcamera’s aangeschaft, teneinde de nesten beter te beschermen tegen eierrovers als diverse soorten vogels en marters. Daarnaast lopen er meerdere onderzoeksprojecten die beter inzicht moeten geven in nog effectievere methodes om de strandplevieren te beschermen.

Eind maart zijn de strandplevieren teruggekeerd op het Verklikkerstrand, zelfs meer dan vorig jaar. Wellicht troffen ze als gevolg van het coronavirus een rustiger strand aan dan normaal; elk nadeel heeft ook een voordeel, of zoiets. De Zeeuwse strandbroederhoeders zullen hopelijk straks heel veel meer strandplevieren zien vertrekken.

In samenwerking met Margo van der Meulen, duinconsulent Schouwen-Duiveland.

read more

Blauwgroen trechtertje: nieuweling in het voorjaarsduin

Het blauwgroen trechtertje is kleurig paddenstoeltje, dat in het voorjaar te vinden is. Het is een pionier, die vooral voorkomt in de duinen en de zandgronden in het oosten van ons land. In 1986 werd het voor het eerst in de duinen gevonden, op Texel. Overal waar kleinschalige natuurontwikkeling in het duin plaats vindt, kan het paddenstoeltjes zich vestigen, op zandgrond. Na een paar jaar, als de vegetatie toeneemt, verdwijnt het zwammetje weer (Duin magazine zomer 2019).

read more

Stierslangen tussen Scheveningen en Katwijk

Een stierslang blijkt op zaterdag 16 mei j.l. de roddelbaan van het attractiepark Duinrell te hebben uitgekozen voor een zonnebad. Daar komen de medewerkers van Duinrell achter als de roddelbaan wordt getest met het oog op een eventuele opening op 1 juni. Na de eerste testrit verdwijnt de stierslang al hevig sissend in de duinen.

Diezelfde week mag de reptielenopvang Serpo in Rijswijk onderdak verlenen aan twee uit het natuurgebied Meijendel afkomstige Amerikaanse stierslangen. Serpo-directeur Walter Getreuer: “Ze zijn goed doorvoed en mooi van kleur. Echt topexemplaren.” Deze twee slangen kreeg hij van drinkwaterbedrijf Dunea en zijn respectievelijke 1,25 en 1,50 meter lang en polsdik. Ook was het die week raak bij de Haagsche Golf en Countryclub in Wassenaar waar een ruim één meter lange stierslang zorgde voor een extra hindernis.

De stierslang (Pituophis Catenifer), ook wel westelijke stierslang of Amerikaanse stierslang genoemd, is een – niet giftige – slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). De huidskleur is geel-grijs, met een rij aaneensluitende zwarte vlekken op de rug. Geschat wordt dat er tussen de 40 en 80 exemplaren in het duingebied tussen Scheveningen en Katwijk rondschuiven. Het is niet zeker of de slangen zich succesvol in de duinen voortplanten.

Getreuer denkt dat er zich in het duingebied enkele kolonies bevinden. Ze voeden zich met de (beschermde) zandhagedis, een rat, muisje of een jong konijntje. Hun prooi drukken ze bij voorkeur dood. De slangen zijn bijna zeker uitgezet, want komen oorspronkelijk niet in de duinen en Nederland voor. Waarschijnlijk zijn de eerste exemplaren in de duinen stiekem gedumpt, nadat de dagelijkse verzorging in het huisterrarium tegen viel.

In de afgelopen jaren kreeg Serpo al meerdere exemplaren afkomstig uit Meijendel. Getreuer: “Het is een hybride soort, wat betekent dat hij is gekruist met een ander soort en dat gebeurt niet in de natuur, maar alleen in gevangenschap. Het zijn exoten die hier niet thuishoren”.

De Amerikaanse stierslang kan twee meter lang worden, twintig jaar oud en houdt een winterslaap. In de zomer is hij dol op een warme duinpan en ligt ook wel eens te zonnen op het warme asfalt van een fietspad. Als je zo’n slang ontdek, maak een foto, blijf verder op afstand en bel de dierenambulance die de slang dan kan vangen en naar Serpo-Rijswijk brengt. Per jaar vangt de Dierenambulance Wassenaar er zo een stuk of tien. Ook medewerkers van Dunea vangen jaarlijks wel een paar exemplaren.

Frans H. Micklinghoff

read more

Stikstof, een bedreiging voor het ecosysteem in de duinen

Regenboog op het strand door Ronald van Wijk
Regenboog op het strand door Ronald van Wijk

Juist nu genieten we van de natuur. En dat willen we blijven doen. Het is daarom goed nieuws dat Nederland de komende tien jaar vijf miljard euro uittrekt om stikstofneerslag aan te pakken. In een brief aan minister Schouten en de vier kustprovincies vraagt de Stichting Duinbehoud om vooral te investeren in een goed beheer van natuurherstelprojecten en in de aanleg van buffers rond de natuurgebieden.

Marc Janssen, bioloog en directeur van de Stichting Duinbehoud, is er goed over te spreken dat geld wordt vrijgemaakt voor natuurherstel. “Vijf miljard is een flinke investering en een stap in de goede richting. Maar als het daarbij blijft, dan  staat de natuur in 2030 nog steeds bloot aan te veel stikstof. Ook na 2030 zijn er investeringen noodzakelijk, met name om de stikstofuitstoot structureel omlaag te brengen.”
Oorspronkelijk is het Nederlandse duingebied voedselarm. Eeuwenlang hebben flora en fauna hun overlevingsstrategieën hierop ingesteld. Nu gooit stikstof het ecosysteem danig in de war. In de Hollandse duingebieden is dat terug te zien in een overmatige begroeiing met struiken en grassen. Duinen stuiven daardoor nauwelijks meer en de oorspronkelijke soortenrijke vegetatie, vogels en insecten verdwijnen. Op overwoekerde plekken in de duinen is voor vogels steeds minder voedsel te vinden. Ook dieren zijn de dupe. 

Hoe kunnen we de teloorgang van de duinen aanpakken als de stikstofreductie voorlopig tekortschiet?
Marc Janssen: “Afplaggen van duingebied en bomenkap levert snel zichtbaar resultaat op. Het biedt kansen voor de oorspronkelijk soortenrijke vegetaties”. Maar dat stuit op weerstand bij het publiek, zo bleek recent nog bij de bomenkap in de Schoorlse duinen. Kleinschalige herstelmaatregelen en intensivering van het natuurbeheer zullen noodzakelijk zijn.

Daarnaast zullen de grote vervuilers zoals Tata Steel aangepakt moeten worden en liggen er kansen voor de inrichting van bufferzones rond de natuurgebied. De hervorming van de landbouw kan hierin een rol spelen, een landbouw die de natuur minder belast en de biodiversiteit bevordert. “Het zou mooi zijn als de hooilanden van de veehouderijbedrijven langs de randen van de natuurgebieden komen te liggen en de veestallen op grotere afstand.”

Wat zijn de prioriteiten voor de duinen?
“Ze moeten meer ruimte krijgen, zowel aan de zee- als de landzijde. Bijvoorbeeld door aan de binnenduinrand grond aan de kopen en om te zetten in natuur of extensief hooiland. Meer ruimte voor natuurgebieden vergroot de diversiteit en de overlevingskansen voor planten en dieren. En er moeten ecologische verbindingszones komen tussen het duingebied en de landinwaarts gelegen groengebieden. Dat levert bovendien wandel- en fietsrecreatie op. Goed nieuws dus, voor wandelaars en fietsers. En de lokale economie.”

Groenknolorchis door Ronald van Wijk

Rijkdom aan biodiversiteit
Eric Wisse, duinconsulent van de Stichting Duinbehoud, maakt deel uit van een netwerk dat functioneert als de oren en ogen van de Stichting Duinbehoud in de natuur langs de hele Nederlandse kust. Hij baant zich een weg door duinbegroeiing, die nat is van de miezerregen en de dauw.  Het kalkrijke duin, met aardsterren tussen het duinsterretjesmos grenst aan een zuidhelling; een natuurlijk ‘insectenhotel’, waar duinhagedissen hun eitjes leggen in het warme zand.

Eric: “Het ziet er vredig uit, maar in werkelijkheid is hier een strijd gaande.” Langs een wandelpad in het Westduinpark, bij Duindorp, buigt hij zich over walstro en bitterkruid. Grassen en oprukkende duindoorn verdringen deze zeldzame duinplanten. “Ze worstelen om licht, ruimte en zuurstof. De duinvegetatie kwijnt hier langzaam weg. De kruiden raken overwoekerd door grassen en duindoorn”

Duinvegetatie gedijt bij stikstofarme grond. Uiteenlopende plantensoorten kunnen er vredig naast elkaar leven. Maar gras, bramen en brandnetels groeien ongehinderd door een overmaat aan stikstof, afkomstig uit landbouw, huizen, verkeer en de industrie. “In de afgelopen decennia zijn de stikstofverbindingen in de grond met veertig procent toegenomen,” legt Wisse uit. “Het is een sluipend proces. De duinen herbergen nu nog de grootste rijkdom aan biodiversiteit van Nederland. Misschien wel van heel Europa. Dat laten we niet verloren gaan.”

read more

Nachtegalen zingen beter

Foto: Gertjan van Noord

Wanneer het gevaarlijk Corona-virus dat wil, ligt het ganse raderwerk stil. Geen lange lijsten van files op de radio. Op de beruchte knooppunten, Ketelplein en Grijsoord, lijkt het de gehele week zondagochtend vroeg. Ongeveer vijftig jaar ben ik tussen half april en eind mei wel een keer per week ‘s nachts te vinden in Meyendel, luisterend naar de nachtegalen.

Met altijd het geruis van het autoverkeer op de altijd drukke Landscheidingsweg ( = NORAH) op de achtergrond. Met vaak het geluid van een sirene van een ambulance of politieauto erboven uit gillend. En nu? Niets. Behalve dan de zang van de nachtegalen. Door niets meer verstoort. Het lijkt alsof ze het weten. Want ze zingen extra luid, extra mooi en extra lang. De toegang tot Meyendel is gesperd voor alle verkeer. Langzaam wandelend in het nachtelijk duister op rubber zolen dringen we gestaag verder in een soms sprookjesachtige wereld van wonderlijke geluiden. Dan rent een egel op zijn kleine pootjes over het pad op zoek naar een wormpje. Plots schieten twee konijnen over de weg. De oorzaak van hun vlucht zien we enkele minuten later: een vos.

Boven in de bomen zingen de nachtegalen. Is die van links uitgezongen, begint die recht voor ons, bijgevallen door eentje achter ons. Een jewelste van trillers, uithalen en muzikale acrobatiek. Soms is het even doodstil. We horen zelfs het geluid van de branding. Maar verder helemaal niets. Geen auto’s, sirenes of het geluid van overvliegende vliegtuigen of voortrazende sneltreinen. Dan barst het nachtegalenkoor zonder dirigent weer uit in een chaotische symfonie van tonen, waarvan er geen een vals is. Tja, zo zou het ieder voorjaar moeten klinken, zonder storende bijgeluiden. Hoewel … hopelijk is de oorzaak van deze soms indrukwekkende stiltes tussen de uitbundige nachtegalenzang snel voorbij.

F. Micklinghoff

 

read more

Broedvogels in de Waterleidingduinen

…komen en gaan….

Vrijwilligers tellen al meer dan dertig jaar broedvogels in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Daardoor weten we nu hoe de vogelstand in de loop der jaren is veranderd. Soms weten we hoe dat komt, en soms is het gissen naar de oorzaken. Maar dát er veel is veranderd staat vast…..

Hoe tel je broedvogels?

Amsterdamse Waterleidingduinen
Amsterdamse Waterleidingduinen, Ronald van Wijk

Als je broedvogels telt moet je vooral goed zijn in geluiden herkennen, en precies noteren wat je waar hoort. Vogels zingen in het voorjaar om hun territorium af te bakenen. Al lopend door het veld noteer je (tegenwoordig op tablet of smartphone) al deze zingende vogels met soortnaam. Als op min of meer dezelfde plek twee of drie weken later weer een fitis zit te zingen, kun je aannemen dat dit dezelfde is en dat deze fitis hier zijn territorium heeft. Na meerdere inventarisatierondes bepaalt tegenwoordig de computer (met allerlei BMP-regels) hoeveel fitissen, grasmussen, wilde eenden en nachtegalen er in ‘jouw’ plotje een territorium hadden dat jaar, terwijl dat vroeger handmatig gebeurde. Het voordeel daarvan is dat overal in het land het interpreteren en het vaststellen van territoria op uniforme wijze gebeurt en dat daardoor de resultaten nog beter te vergelijken zijn.

Welke soorten?

Van 1985 tot 2015 zijn in de AWD in totaal 121 verschillende soorten territoriale vogels vastgesteld. Dat is best veel, want het recente aantal broedvogelsoorten in Nederland is 220 (zie kader: atlas). De afgelopen 30 jaar zijn in de AWD 12 soorten verdwenen: patrijs, torenvalk, boomvalk, wulp, ransuil, zwarte specht, zomertortel, veldleeuwerik, tapuit, paapje, kauw en kleine barmsijs. Deze vogels zijn rond 1990 al als broedvogel verdwenen. Sperwer leek verdwenen, maar komt in recente jaren weer tot broeden. Er zijn ook zeven nieuwe broedvogels bijgekomen: aalscholver (vanaf 1993, nu een hele kolonie van ca. 500 paren), buizerd (tot 20 paren), havik (tot 13 paren), roerdomp (zo’n 3 paren), wespendief (1 a 2 paren), blauwborst, goudvink en appelvink.

Ontwikkelingen en oorzaken

Het jarenlange veldwerk maakt het mogelijk voor 90 soorten een trend te berekenen. Sommige soorten nemen toe, andere juist af. Veranderingen bij broedvogels hebben vaak complexe, uiteenlopende achtergronden, die zich niet zo maar laten samenvatten – áls we alle oorzaken al zouden weten.

Rond de wateren in de AWD bleven rietvogels min of meer stabiel; watervogels namen overwegend af en de aalscholver heeft zich gevestigd.

Bosvogels – waaronder vink en grote bonte specht – kwamen in deze periode als winnaar uit de bus. Ook de meeste struikbroeders en roodborsttapuit, grasmus en braamsluiper deden het goed. Door afname van dynamiek en stikstof uit de lucht zijn de Hollandse duinen in de 20e eeuw sterk van karakter veranderd: struweel en bos namen toe en open duin nam in oppervlakte af. Dit verklaart een deel van de toename van veel bos- en diverse struweelbroeders en de afname van kritische soorten van het open duin. De achteruitgang van de tapuit, een typerende soort voor duingraslanden, staat model voor veel van de hierboven opgesomde problemen. Overigens lijkt de vergrassing sinds 2006 gestopt en neemt het oppervlak stuivend zand in de AWD weer toe, maar vogelsoorten van het open duin keren (nog) niet terug: een interessant onderzoeksthema.

Voor veruit de meeste soorten in de AWD geldt dat de trends nauwelijks afwijken van het beeld elders in de vastelandsduinen. Voor de soorten van de Rode Lijst zoals wulp en zomertortel geldt dit ook in vergelijking met het landelijke, of zelfs internationale beeld.

Begrazing

Vanuit natuurbeheeroogpunt is in de AWD sinds 1985 vee ingezet om vergrassing terug te dringen. Recent landelijk duinonderzoek toonde een licht negatief of wisselend effect aan op broedvogels. Van grote invloed is de begrazingsvorm: jaarrond of seizoen, met welk type grazer en in welke dichtheid. Specifiek voor de AWD zijn ook de damherten. In 1990 kwamen er slechts weinig voor, in 2015 was de populatie gegroeid tot 3000 dieren. Overbegrazing door damherten leidt tot een sterke afname van kruiden en struwelen in het hele gebied. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op de nachtegaal, zo toont ander onderzoek aan. Recent neemt de soort in de AWD af. Elders in de duinstreek waar geen damherten voorkomen is de recente nachtegalentrend stabiel en is de nachtegaal algemeen (zie kader). Sinds 2016 beheert Waternet de damhertenpopulatie . De inzet is om in 2021 de stand terug te brengen naar ongeveer 800 dieren. Vanwege de overbegrazing door damherten heeft Waternet de veebegrazing vanaf 2015 voorlopig geheel stopgezet.

Predatie

Predatie is het roven van volwassen vogels, eieren en/of jongen door roofdieren. In de kleine restpopulaties van tapuiten speelt predatie door vossen een rol: ieder geroofd nest heeft hier meteen een groot effect. Ook de opkomst van de toppredatoren onder de vogels heeft een groot effect gehad: grote soorten als havik, buizerd en bosuil verschenen, terwijl de kleinere sperwer, boomvalk, torenvalk en ransuil (nagenoeg) verdwenen. Ook het (vrijwel) verdwijnen van zwarte specht, kauw en groene specht uit de AWD schrijven we grotendeels toe aan de opkomst van de havik.

Toekomst?

Helaas zijn de aan open duin gebonden broedvogels (nog) niet teruggekeerd naar het landschap dat ogenschijnlijk is teruggebracht in de staat waarin het verkeerde toen de populaties het nog goed deden. De oorzaken liggen dan ook breder. Zo heeft stikstof uit de lucht niet alleen direct effect op flora en vegetatie, maar waarschijnlijk ook op fauna. Terugdringen van stikstofneerslag is dan ook nodig en zal een kwaliteitsimpuls voor de duinnatuur betekenen.

Hoe de vogelstand in de toekomst weer gaat veranderen weten we alleen als vrijwilligers blíjven inventariseren. Lijkt het u leuk? Informeer dan bij uw lokale vogelwerkgroep.

KADER
Vogelatlas 2018

Van 2013-2015 hebben vogelaars alle kilometerhokken van heel Nederland onderzocht op zowel broedvogels als overwinteraars. Dit heeft geleid tot een prachtige Vogelatlas waar je alle ontwikkelingen per vogelsoort sinds de jaren 70 in kunt opzoeken. Met beschrijvingen van ecologie en verspreidingskaarten. Lees bijvoorbeeld alles over de achteruitgang van de tapuit en de ontwikkelingen van de nachtegaal op: https://www.vogelatlas.nl/

Artikel uit Duin magazine, tekst: Antje Ehrenburg

Antje Ehrenburg is redacteur van DUIN en medeauteur van het artikel: Spek, V. van der, L. Schaap & A. Ehrenburg 2018. Dertig jaar broedvogelmonitoring in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Limosa 91 (2018): 108-122

read more

Voorjaar in het duin

In het voorjaar, zo vanaf maart, raakt het duingebied steeds meer bevolkt met zangvogels. Vogels die na de winter terugkeren uit de overwinteringsgebieden in het zuiden. Eén van die soorten is de kneu. Kneutjes zijn alleraardigste, kleine zaadeters die we bijna altijd in kleine groepjes zien of in paartjes. Onopvallend bruine vrouwtjes en de kleurrijke mannetjes met robijnrood voorhoofd en dito borst. De soort broedt graag in doornig struikgewas zoals meidoorn en braam. Doornige struiken en een overvloed aan zaden van kruiden en grassen, is er voor een vogel een gebied meer geschikt dan de duinen? En twijfelen we welke vogeltjes voor ons op of overvliegen, dan verraadt de kneu zich door zijn roep: knut-knut-knut.

Foto: Sytske Dijksen

Duin Magazine 2019

read more

Bergen en duinen

Al meer dan een eeuw trekken schilders, dichters en schrijvers naar het Noord-Hollandse dorp Bergen. Bekend zijn vooral de kunstenaars van de Bergense School die sinds 1910 Amsterdam voor kortere of langere tijd verruilden voor dit rustige, pittoreske dorp. De prachtige natuurlijke omgeving van Bergen en het bijzondere licht langs de Noordzeekust hadden en hebben nog steeds een grote aantrekkingskracht. Het was voor het eerst dat zoveel kunstenaars tegelijkertijd in Bergen werkten.

De Bergense School

Omstreeks 1915 ontstond rond de Franse schilder Henri le Fauconnier een eigen, herkenbare schilderstijl: de Bergense School. Kunstenaars als Leo Gestel, Dirk Filarski, Arnout Colnot en Matthieu Wiegman schilderden in een kubistisch-expressionistische stijl. In een donker en warm kleurenpalet, met veel contrasten in licht en donker en met krachtige vormen verbeelden zij hun omgeving. Met name het 17e eeuwse Oude Hof en zijn bosrijke omgeving is meerdere malen door hen geschilderd. Ook maakten zij dorpsgezichten en uitzichten op de polders in de omgeving van Bergen. Het duinlandschap komt echter sporadisch voor in hun werk: áls zij al duinen schilderden, hadden die veelal een ondergeschikte rol als bescheiden voor- of achtergrond: een koolveld met op de achtergrond een rijtje duinen. Of een gezicht op Alkmaar geschilderd vanaf de binnenduinrand. Ook het strand en de zee hebben deze kunstenaars nauwelijks als onderwerp voor een schilderij genomen.

Job Graadt van Roggen

Schilderij: Job Graadt van Roggen

Toch werden in die periode de duinen rond Bergen wel degelijk getekend en geschilderd. Een decennium eerder dan zijn collega’s van de Bergense School vestigde Job Graadt van Roggen zich als een van de eerste kunstenaars in Bergen. Na zijn opleiding aan de Minerva Academie in Groningen en de Rijksacademie in Amsterdam was hij actief als graficus; hij maakte vooral reproductie-etsen van de Haagse School. In Bergen ging hij zich meer en meer toeleggen op schilderen en aquarelleren. Hij trok er graag alleen op uit, wellicht was zijn doofheid hier debet aan, en schilderde veelal in de buitenlucht. Tijdens zijn wandelingen, en ook reizen naar het buitenland, had hij de ezel en schilderspullen bij zich. Graadt van Roggen heeft het duingebied tussen Bergen en Camperduin talrijke malen weergegeven in schilderijen, etsen en aquarellen.

Bergen aan Zee

In 1906 werd Bergen aan Zee gesticht. Hier liet Graadt van Roggen in 1911 een zomerhuis bouwen: Noviomagum. Het huis stond aanvankelijk alleen op het duin en bood een prachtig uitzicht op duinen en zee. In die tijd waren de duinen nog open en voornamelijk laag begroeid. Graadt van Roggen was gefascineerd door de blonde duinen van de zeereep en de grote stuifduinen. In de periode 1910 – 1927 maakte hij zijn meest ´blonde´ werk. Hij gaf het duinlandschap realistisch maar met veel gevoel weer. In zijn schilderijen en aquarellen komen geen menselijke figuren voor, alle aandacht is voor het zand en de vegetatie die in allerlei tinten groen en bruin is weergegeven.

De kunstenaar woonde veertig jaar in Bergen. Al die jaren heeft hij het duinlandschap geschilderd, het verveelde hem nooit. Hij verbeeldde steeds andere stukjes van het gevarieerde duingebied rondom Bergen of koos een ander standpunt. Collega-kunstenaar Mia van Regteren Altena schreef in 1948 over zijn werk: ‘De plastiek van het vaderlandsche duinlandschap levert onbegrensde mogelijkheden van altijd weer nieuwe en andere composities.’

Museum Kranenburgh

In het schitterend gelegen Museum Kranenburgh geniet je normaliter van de beroemde schilderijen van de Bergense School, maar ook van hedendaagse kunst, interessante lezingen of leuke workshops. Met een museumcafé, een museumshop met kunstuitleen en KunstenaarsCentrumBergen onder zijn dak én historisch Museum Het Sterkenhuis op loopafstand biedt Kranenburgh voor elk wat wils. Werk van Graadt van Roggen en leden van de Bergense School is te zien. De kunst uit de periode voor 1940 vormt het fundament van de collectie van het museum. Vooral werken van de Bergense School maar ook van enkele voorlopers als Job Graadt van Roggen.

Meer info: https://www.kranenburgh.nl/

Artikel uit kwartaalblad Duin door Marianne van Gils, conservator Museum Kranenburgh

read more

Glans op het wad

Vandaag verschijnt de nieuwe publicatie Glans op het wad, waarin auteur Dick Hoekstra op toegankelijke wijze de geheel eigen geschiedenis schetst van de vijf Nederlandse Waddeneilanden en hun bewoners. Op zoek naar een ‘eilandidentiteit’ onderzocht hij de geografische, politieke en sociale ontwikkelingen op de eilanden, die een roeriger geschiedenis achter de rug hebben dan menig toerist (en bewoner!) vermoedt.

Glans op het wad
Glans op het wad – Dick Hoekstra

Elk eiland biedt naast de buitengewone natuur van strand, zee en duinen, ook prachtige rustieke dorpjes. Dat is niet ‘vanzelf’ gekomen. Het ontstaan van dit cultureel-historisch erfgoed kent een lange en vooral bewogen geschiedenis. Het begon met stormvloeden, verdronken dorpen, talrijke, soms eigenzinnige monniken, bestuurders en eilandeigenaren. En wat te denken van de walvisvaarders en de rol van sommige eilanden als letterlijk ankerpunt van de zich onstuitbaar ontwikkelende Nederlandse economie in de 17e en 18e eeuw?

Natuurbeheerders zetten zich in de 19 e een 20 ste eeuw in om eilanden te laten ‘overleven’ door de ingenieuze aanplant van bossen en het aanbrengen van duin- en dijkversterkingen. En toen kwamen de toeristen. Het verleden is op alle eilanden nog goed zichtbaar, onder meer in de vorm van natuur- en rijksmonumenten. Ze dragen bij aan de eilandidentiteit, die je als toerist niet alleen voelt maar ook kunt zien, als je er tenminste oog voor hebt. Die bewustwording verwoordt de auteur met het verhaal door de eeuwen heen en ondersteunt hij met talrijke prachtige foto’s van nu.

Dick Hoekstra is emeritus-hoogleraar/Afdelingshoofd Celbiologie aan het UMCG. Na zijn emeritaat reist en fotografeert hij veel, vooral langs de Nederlandse, Duitse en Deense Waddenkust.

Verkrijgbaar bij de boekhandel en via www.noordboek.nl
Glans op het Wad – Dick Hoekstra
Noordboek Natuur | ISBN 978 90 5615 498 1 | Hardcover | 240 pagina’s | Formaat 22 x 27 cm |
Prijs € 22,50

read more

Vrijwillig kantoormedewerker

Duinbehoud is op zoek naar een vrijwillig kantoormedewerker. Je bent het visitekaartje van de Stichting Duinbehoud en je bent ook verantwoordelijk voor administratieve werkzaamheden. Als vrijwillig kantoormedewerker heb je een belangrijke rol binnen de Stichting Duinbehoud.

Wat zoeken wij?

  • je kunt goed in een team werken en bent zelfstandig;
  • je bent klantvriendelijk en sociaal;
  • je kunt goed omgaan met vertrouwelijke informatie.

Wat ga je doen?

  • contacten onderhouden met donateurs;
  • het regelen van afspraken;
  • ondersteunen bij organisatie van bijeenkomsten;
  • afhandelen van uitgaande en inkomende communicatie.

Waar kom je te werken?

Duinbehoud is een kleine ambitieuze natuurbeschermingsorganisatie met lef, waar natuur én de mens centraal staan. Vind je het leuk om je in te zetten voor het duinlandschap en wil je graag je expertise delen, dan zien we graag je reactie tegemoet.

Stuur je  reactie naar Sanne van Bohemen via sanne@duinbehoud.nl of (071) 514 37 19

read more

De Duinen van Terschelling behoren, net als Vlieland, tot de meest kalkarme duingebieden van de Waddeneilanden. Er komen dan ook vooral uitgestrekte droge duingraslanden en heidebegroeiingen voor, met daarin vele bijzondere soorten korstmossen, mossen en hogere planten. De daartussen gelegen duinvalleien vertonen een variatie, van open water tot knopbies en zure berkenbossen. Het westelijk deel van het duingebied, de Noordvaarder, is jong. Er is een goed ontwikkeld en natuurlijk duinsysteem aanwezig met rijke duinhellingen. Ten zuidoosten hiervan ligt het groene strand, met een duinbeek. Daar is, vanwege het voorkomen van gradiënten van nat naar droog, een grote diversiteit aan plantensoorten aanwezig. Hier is tevens sprake van zo’n sterke voeding van grondwater vanuit de Noordvaarder dat lokaal veenvormende vegetaties tot ontwikkeling komen. Hetzelfde fenomeen doet zich voor ter hoogte van de Kooibosjes in de binnenduinrand waar een sterke kwel vanuit het aangrenzende duinmassief de sturende factor is. Ten noorden van De Boschplaat (behorend tot Natura 2000 gebied Waddenzee) ligt een duingebied waar het zand vrij kan stuiven en waar per saldo kustafslag plaatsvindt. Het gebied omvat ook enige boscomplexen die bestaan uit aangeplant naald- en loofbos en spontane opslag.

Back To Top