skip to Main Content

Schiermonnikoog

Tussen 1400 en 1850 zijn de eerste duinen op Schiermonnikoog ontstaan. Deze duinen liggen ten noorden van het dorp en de polder. Na 1850 zijn er in het oosten veel nieuwe duinen ontstaan, zoals de Kobbeduinen en het Willemsduin. In de nieuwe duinen zit meer kalk dan in de oude. In het noordwesten vind je de hoogste en breedste duinen. Naar het oosten worden ze lager en smaller. De stuifdijk langs het strand is door mensen aangelegd. Op Schiermonnikoog zijn ook enkele langgerekte duinvalleien, de zogenaamde gloppen of glappen.

De duinen op Schiermonnikoog lijken veel op die van de andere waddeneilanden. Er is één verschil. In de duinen op Schiermonnikoog zit meer kalk in de grond dan op andere eilanden. Dit zorgt voor andere planten. Duindoorn en meidoorn houden van kalk en zijn dan ook veel te zien op Schiermonnikoog. Deze struiken dragen bessen en bieden naast de vlier en braam voedsel en beschutting aan veel zangvogels voedsel en beschutting.

Nieuwe duinvorming vindt plaats op het strand en in de zeereep aan de Noordzeekant van het eiland. Water en wind voeren zand aan, dat neerdaalt in de luwte van biestarwegras en helm. Soms helpt de mens een handje met takkenschermen en helmaanplant. Nieuwe duintjes worden vaak aangetast door de herfststormen en verdwijnen dan al snel weer.

Back To Top