Afgelopen weekend troffen mijn zoontje en ik in duingebied Berkheide ten zuiden van Katwijk een hele fraaie kever: de harige kortschildkever Emus hirtus. Een grote, opvallende soort die we vonden onder de mest van een Schotse hooglander.
Grote grazers creëren door begrazing, betreding en hun mest leefgebieden voor allerlei organismen, waaronder insecten. De kortschildkever Emus hirtus is één van die soorten. Deze opvallende kortschildkever is geen mesteter zoals veel mestkevers, maar een actieve jager die in en rond mest op zoek gaat naar kleine ongewervelden. De volwassen kevers voeden zich onder andere met vliegenlarven en kleine mestkevers, terwijl de larven verborgen in mest leven en daar jagen op kleine ongewervelden, waaronder insectenlarven.
Naast mestkevers en de harige kortschildkever troffen we onder bijna elke vlaai kleine watersalamanders aan. De vochtige bodem eronder bood tijdens de droge periode waarschijnlijk een geschikt toevluchtsoord.
Tijdelijke schuilplek
Een vlaai van een grote grazer lijkt op het eerste gezicht een hoop organisch afval, maar ecologisch gezien is het een tijdelijk eiland van voedsel, vocht en beschutting. Dat er ook tientallen kleine watersalamanders onder de mestvlaaien zaten, laat zien dat zulke tijdelijke schuilplekken onder bepaalde omstandigheden een belangrijke functie kunnen hebben. In droge periodes zoeken veel dieren niet alleen voedsel, maar vooral plekken waar temperatuur en vochtigheid nog gunstig zijn.
kleine ecosystemen
De vondst van de harige kortschildkever is extra interessant omdat het langs de kust geen alledaagse soort is. Op Waarneming.nl is dit de eerste waarneming voor de kustduinen en pas de tweede waarneming in de kustprovincies. Misschien een blijvertje?
Begrazing met grote grazers laat zien dat natuurherstel niet alleen draait om het terugbrengen van soorten, maar ook om het nabootsen van de ecologische processen die een landschap vormgeven. In Rabbits rule, het proefschrift van Harrie van der Hagen, wordt duidelijk gemaakt dat grote grazers het konijn ecologisch gezien niet vervangen. Een Schotse hooglander maakt geen konijnenholen, graaft geen kale zandige plekken open en creëert geen kortgrazige mozaïeken zoals een konijnenpopulatie dat doet. Dat betekent niet dat grote grazers geen belangrijke rol kunnen spelen. Onder de juiste omstandigheden (begrazingsdruk, landschapstype en de soorten die men wil bevorderen) versterken ze ecologische processen en kunnen ze positief bijdragen aan biodiveriseit.
Ook hun ruige mest speelt daarin een belangrijke rol. De mesthopen vormen als het ware een klein ecosysteem op zichzelf: een plek waar insecten, schimmels en andere organismen samenkomen. Wat voor ons een hoop mest lijkt, is voor talloze soorten een plek om te eten, te jagen, te schuilen en zich voort te planten.
Tekst en fotografie: Wim Langbroek


