“Diep in het bos…” Zo begint menig sprookje. Ik dacht als kind daarbij meteen aan een bos in mijn dorp Noordwijk, een bos dat verscheen direct nadat wij vanaf de Duinweg het pad de duinen in liepen. Het pad daalde. Een diep bos dus. Het bos van hoofdzakelijk iele boompjes staat er nog steeds en de bosjes bleven ijl. Staatsbosbeheer heeft daar in de jaren zestig rode bosmieren uitgezet. Die mieren zijn verzot op de voedzame aanhangsels van het zaad van sneeuwklokjes: ze slepen ze mee, ze knagen er de aanhangsels af. Zo wordt het klokje verspreid. Het ziet er nu in het vroege voorjaar wit van de sneeuwklokjes. Die aanhangsels worden ook wel mierenbroodjes genoemd en komen voor bij heel wat plantenzaden. In Meijendel breidde het sneeuwklokje zich eveneens snel uit, toen de rode bosmier een gebiedje van de glanzende houtmier overnam.
Het gewone sneeuwklokje heeft op drie bloemblaadjes een groen vlekje. Ook “dubbele” bloemen met heel veel bloemblaadjes komen voor. Wetenschappers noemen het sneeuwklokje Galanthus nivalis. Gala–anthusbetekent melk-bloem. Het heeft dus niets met “galant” te maken, hoewel hij heel hoffelijk in menig Haarlems hofje huist. Nivalis betekent sneeuw. Er bestaan tientallen verwante soorten. Behalve het sneeuwklokje heb je ook nog het lente- en het zomerklokje, ook wit met groene vlekken. Tegenwoordig heb je nauwelijks sneeuw. Zou het wat zijn om het sneeuwklokje daarom voortaan winterklokje te noemen, ook naar het seizoen?
Als eerste bloeiers trekken ze de aandacht. Bovendien leveren ze nectar aan bijen. Let wel, het moet minstens tien graden zijn wil de bloem zich echt openen. Bij kou zijn de bijen immers traag. Om aan de vraag van tuinliefhebbers te voldoen, en om ze niet uit verre landen te roven, werden en worden ze geteeld. Niet op bundersgrote bollenbedden, maar bescheiden, soms als ondergroei in bosjes. Bijvoorbeeld op Texel. In de jaren vijftig zijn daar sneeuwklokjes uit Frankrijk ingevoerd. Ook boshyacintjes werden er geteeld. Met de aanvoer kwamen er onbedoeld allerlei soorten op Texel terecht, onder andere bosanemoon, daslook en vogelmelk.
Men plantte sneeuwklokjes veel aan in onze landgoederen in de binnenduinen, als zogenoemde stinsenplant. Toen ik dit voorjaar langs zo’n landgoed fietste, zag ik witte toefjes op het gras en dacht even dat het gesneeuwd had. Het waren natuurlijk sneeuwklokjes. Misschien toch maar die naam behouden, nu met de gedachte dat ze sneeuw suggereren?
Tekst: Peter van den Berg
Foto: Hanneke Mesters
Dit artikel verscheen in Duin. Wil je meer weten over de ontwikkelingen langs de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een proefexemplaar aan.
