Smalste duinen het drukst bezocht

Het duingebied tussen Hoek van Holland en Den Haag is het smalste en kleinste duingebied in Zuid- HollandHet gebied is mede daardoor kwetsbaar. Tegelijkertijd is dit één van de meest drukbezochte gebieden. Dit zorgt voor een patstelling. Er is meer behoefte aan recreatieruimte, maar de natuurdoelen komen in gevaar zodra afgesloten terreinen worden opengesteld en als er extra recreatievoorzieningen worden aangelegd. De enige manier om dit te doorbreken is investeren in meer recreatieruimte buiten de bestaande natuurgebieden.

De duinen van Hoek van Holland tot de grens met Noord-Holland zijn veruit het populairst bij bezoekers van natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland. Meer toegespitst op bezoeken vanuit Den Haag gaat het duingebied tussen Den Haag en Hoek van Holland met 57 procent aan kop, gevolgd door de duinen tussen de hofstad en Katwijk (47 procent) en het Haagse Bos (43 procent). Dit blijkt uit het bezoekersonderzoek van natuur- en recreatiegebieden van NBTC-NIPO in opdracht van Provincie Zuid-Holland. Verder blijkt uit het onderzoek dat driekwart van de bezoekers van Zuid-Hollandse natuur- of recreatiegebieden tevreden of zeer tevreden (score 7,8) is over het bezochte gebied. Bovendien bezoekt ten opzichte van andere provincies een hoog percentage (70%) van de Zuid-Hollandse bevolking de natuur- en recreatiegebieden. (https://www.ad.nl/den-haag/wandelaars-en-fietsers-blijken-verzot-op-de-duinen~abf3f069/ en https://www.zuid-holland.nl/kaart/nieuws/@19719/natuur-recreatie/)
In de regio Rotterdam-Den Haag is de bevolkingsdichtheid het grootst. Het is dus niet verbazingwekkend dat de duinen van Hoek van Holland tot Den Haag drukbezocht zijn. Mede door grote aantastingen, zoals afgraving en bebouwing, in het verleden is dit duingebied ook het smalste en kleinste duingebied in de provincie. Er is een ecologische wetmatigheid die bepaalt dat kleinere gebieden kwetsbaarder zijn voor het uitsterven van soorten. Daarbij komt nog dat dit gebied omklemd is door grote industriële en stedelijke gebieden en daarmee geïsoleerd is van de dichtstbijzijnde andere duingebieden. Dat maakt de planten en dieren in het gebied extra kwetsbaar voor uitsterven. Verder heeft het gebied te lijden van luchtverontreiniging afkomstig van landbouw en industrie. Deze omstandigheden zorgen ervoor dat het niet goed gaat met de natuur in het gebied. Dit zorgt voor een patstelling: er is grote behoefte aan recreatieruimte, maar de kwetsbaarheid van het gebied laat openstelling van afgesloten terreinen en intensivering van recreatieve infrastructuur niet toe.
Bij presentatie van de onderzoeksresultaten zei gedeputeerde Han Weber samen met terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Dunea en het Zuid-Hollands Landschap de komende jaren te willen proberen om het gemiddelde waarderingscijfer op te krikken van een 7,8 naar een 8 plus. Daartoe investeert de provincie de komende jaren, samen met terreinbeheerders en (andere) publieke en private partners, in verbeterde verbindingen tussen stad en land. Het is echter de vraag of dit voldoende is om aan de vraag om recreatieruimte in de regio Rotterdam-Den Haag te voldoen. Het schrijnende tekort aan recreatieruimte aan de kust tussen Hoek van Holland en Den Haag is een kwantiteitsprobleem en geen kwaliteitsprobleem. De kwaliteit van de bestaande natuur- en recreatiegebieden scoort voor de recreanten, met een 7,8, immers ruim voldoende. Het kwantiteitsprobleem kan alleen opgelost worden door de kwantiteit van de recreatieruimte te verhogen. Om de doelstellingen voor natuur en landschap niet in gevaar te brengen en tegelijkertijd het tekort aan recreatieruimte in de regio Rotterdam-Den Haag op te lossen, is het noodzakelijk om substantiële nieuwe groene recreatiegebieden aan te leggen. Een eerste stap daartoe kan zijn om aan alle woningbouwprojecten het ontwikkelen van groene recreatieruimte als voorwaarde te stellen.

Foto: Eric Wisse