Megalomaan strandplan Zandvoort getorpedeerd

Stel je het volgende voor: In Zandvoort zijn meer dan 200 strandbungalows gebouwd. Dat betekent dat er meer dan 1.200 mensen per nacht op het strand kunnen overnachten. Het autoverkeer op het strand, dat in het verleden al tot klachten leidde is gigantisch toegenomen. De ruimte voor gewone badgasten en wandelaars is enorm ingeperkt. Rond de boulevards is een gigantisch parkeerprobleem ontstaan, zodat de omwonenden hun huizen vaak niet kunnen bereiken. Ook voor de Amsterdamse Waterleidingduinen staat een vrijwel aaneengesloten muur van strandbungalows en strandpaviljoens. Het contrast tussen bedrijvige stranden voor de badplaatsen en het open kustlandschap met rustige stranden voor de natuurgebieden is volledig verdwenen. Voor natuurlijke dynamiek in de vorm van zandverstuiving in de zeereep en de ontwikkeling van nieuwe duinen op het strand, is geen plaats meer.
De gemeente Zandvoort heeft in 2014 beleid ontwikkeld dat dit schrikbeeld althans in theorie mogelijk maakte. Dat gebeurde doordat er ’s avonds laat, op het eind van een raadsvergadering, geheel buiten het zicht van de bewoners, een amendement werd aangenomen. De participatie van belanghebbenden bij de verdere uitwerking van de plannen liet zeer te wensen over. Daardoor is het beleid onder grote druk komen te staan.
Op 11 mei 2016 is het Zandvoortse strandbeleid tijdens een vergadering van de Commissie Ruimte en Economie van de gemeente Zandvoort, naar de prullenmand verwezen. Bewonersvereniging Leefbare Kust, een ondernemer en Duinbehoud (mede namens de bij de campagne Bescherm de Kust aangesloten natuurorganisaties) mochten inspreken en hebben allen het strandbeleid veroordeeld. Vervolgens stemden de commissieleden van alle fracties ermee in dat het college van Burgemeester en Wethouders met een voorstel voor nieuw strandbeleid mag komen. Het is de bedoeling dat het college nu een goede zonering voorstelt en dat het aantal strandbungalows beperkt blijft. (Bijdrage: A. van der Meulen)

248932886_199c308298_z

foto: Tobias Steinhoff