Invloed van zand en droogval op het menu van wadvogels

PERSBERICHT

Rijkswaterstaat, 8 februari 2018

De afgelopen jaren heeft beperkte verzanding van de Waddenzee plaatsgevonden en met name sommige vogels kunnen daar last van ondervinden. Dat blijkt uit onderzoek dat het NIOZ in opdracht van Rijkswaterstaat heeft afgerond voor  het meerjarig samenwerkings- en onderzoeksproject Natuurlijk Veilig*. Natuurlijk Veilig richt zich op de effecten van de zandopspuitingen op levende natuur.       

De Waddenzee is het meest vogelrijke gebied in Nederland en een onmisbaar knooppunt in hun internationale trekroutes. De naar schatting tien miljoen vogels die elk jaar het waddengebied bezoeken, komen onder andere af op het rijke bodemleven. Hiermee spelen bodemdieren, naast vissen, een sleutelrol in het ecosysteem. Het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) deed onderzoek en analyses naar de relatie tussen bodemdieren en fysische factoren in de Waddenzee. Op basis van hun meetdata van de afgelopen 10 jaar heeft hebben zij voor Rijkswaterstaat een statische analyse uitgevoerd. Die analyse vormt een indicatie hoe bodemdieren kunnen reageren wanneer hun omstandigheden, al dan niet door menselijke invloed, veranderen én hoe vervolgens vogels weer op de veranderingen in het bodemleven reageren.

Menu Wadvogels

Veel typische wadvogels hebben een voorkeur voor bepaalde prooidieren.  Een voorbeeld is de kanoetstrandloper. Deze soort eet vooral kokkels, nonnetjes en wadslakjes. Bij verzanding zullen alle genoemde prooidieren minder voorkomen. Maar zeespiegelstijging kan bovendien ervoor zorgen dat de tijd die vogels hebben om voedsel te verzamelen afneemt. Voor scholeksters geldt een vergelijkbare conclusie. De rosse grutto heeft daarentegen een meer divers dieet. Naar verwachting kan deze soort daardoor meer verandering aan, al zal wel de samenstelling van zijn dieet veranderen.

Wanneer er meer zand de Waddenzee inkomt, verandert de verhouding tussen zand en slib. De meerderheid aan bodemdieren geeft de voorkeur aan een mix van zand en slib. Als het slibgehalte niet meestijgt met het zandgehalte ontstaat er op den duur een ecologische verarming en is er alleen voor “zandige” bodemdieren meer habitat. Maar ook de droogvalduur van de wadplaten (en dus zeespiegelstijging) is van belang. Wanneer de droogvalduur van de platen afneemt door bijvoorbeeld zeespiegelstijging is er minder tijd voor de vogels om zich vol te eten. Dit effect is volgens de onderzoekers belangrijker voor vogels dan de veranderingen door zandopspuitingen.

 

Hoewel het onderzoek meer duidelijkheid geeft over hoe de Waddenzee reageert op veranderingen in de bodem, blijft het lastig te voorspellen wat de gevolgen zijn als de veranderingen permanent of groot zijn. De meeste bodemdieren kunnen onder veel verschillende omstandigheden overleven, daarom verandert de gemeenschap niet direct als hun omgeving tijdelijk verandert. Hoe de veranderingen in de toekomst doorzetten en welke factoren daarbij doorslaggevend zullen zijn, is nog niet te voorspellen.

Onderzoeken voor veiligheid en natuur

Om Nederland te beschermen tegen de zee spuit Rijkswaterstaat jaarlijks miljoenen kubieke meters zand op en vlak voor de kust. Bij deze zandsuppleties houdt Rijkswaterstaat zo veel mogelijk rekening met de natuur.  De Waddenzee staat via de zeegaten tussen de eilanden in open verbinding met de Noordzee en de Noordzeestranden. Zowel het watersysteem als de natuurwaarden in het waddengebied zijn uniek en daarom vinden er meerdere onderzoeken plaats: in de Waddenzee, in de vooroever van de Noordzeekust en in de duinen.

Met de oplevering van het NIOZ-rapport is het deelonderzoek naar de gevolgen van zandsuppletie voor het waddengebied afgesloten. Al met al bieden de statistische analyses van het NIOZ een voorlopig inzicht en daarom zien de samenwerkende partners dit onderzoek dan ook als een stap in de goede richting en blijven de Natuurlijk Veilig-partners onderzoeken en monitoren.

*Natuurlijk Veilig is het meerjarig samenwerkingsproject tussen Rijkswaterstaat, de Waddenvereniging, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming Nederland, Stichting De Noordzee, Stichting Duinbehoud, 12 Landschappen, Natuurmonumenten, PWN, Dunea en Waternet. Rijkswaterstaat is trekker en financierder van dit project. Kijk voor meer informatie opwww.natuurlijkveilig.nl.