Groene vingertjes

“O, o, Den Haag, mooie stad, achter de duinen…” Zeg maar gerust òp de duinen. Overal in de stad vind je nog duinrelicten terug die door uitbreiding van de stad afgesloten zijn geraakt van de kuststrook langs zee. De ‘Scheveningse Bosjes’ is zo’n gebied.Vanuit de gemeente werd onlangs een ambitieus plan gelanceerd om dit binnenduinbos verder te ontwikkelen. Waar anderen dan aan een weldoordachte ecologische impuls denken bleek hierin de nadruk toch vooral te liggen op de gebruikersgedachte dat je ‘meer met dat groen zou moeten doen’. Waarmee ook dit laatste bolwerk van rust juist op die rustkwaliteit zou worden aangetast.

Na een stevig protest verdween het plan naar de achtergrond, om plaats te maken voor een nieuwe wijze waarop de groene kaders en contouren worden geschetst, ditmaal vanuit alle input van onderaf. Ook Duinbehoud denkt mee: beheersingrepen op maat die de biodiversiteit dienen kunnen het gebied tegelijkertijd verfraaien en zo de beleving verdiepen. Win-win. Het gaat weer over kwaliteitsgroen.

Al met al een complexe geschiedenis, waar ik hier niet te diep op in wil gaan. Een leuke ‘bijkomstigheid’ is dat er nu intensiever naar het gebied wordt gekeken door allerlei mensen. Wat leeft er, wat groeit er eigenlijk? En onder welke voorwaarden?

Een plant die hier in het voorjaar erg opvalt is de paars bloeiende vingerhelmbloem, ook wel voorjaarshelmbloem of Vogeltje-op-de-kruk genoemd. Het is een stinsenplant die lijkt op de holwortel, maar de handvormige schutblaadjes (met vingers) onderscheiden hem. Ja, en de wortel, maar die laten we maar lekker in de grond. Want de veel zeldzamere holwortel heeft ovale, paarsig aangelopen schutblaadjes onder de prachtige, meer dieppaarse bloemen.

Op bepaalde plekken stonden de vogeltjes met honderden tegelijk te bloeien. Hommels, bijen en zweefvliegen vlogen er vol enthousiasme rond. Opmerkelijk is dat in bepaalde delen de ondergroei vrijwel ontbreekt; beuken maken daar de dienst uit met een zwaar beschaduwde, zure ondergrond. Weinig struweel voor vogels dus. Voordeel is echter weer dat er volop plek is voor bosanemonen, daslook, speenkruid, aronskelk en vingerhelmbloem. Voor sommige hommels is de bloem overigens ontoegankelijk. Maar daar hebben ze wat op gevonden: ze breken in door een gaatje achterin de bloembuis te knagen. Geef ze een vinger…

Leuk voor in de tuin, denk je dan. Maar zo eenvoudig is dat niet. Voor anemonen en andere stinsenplanten heb je een luchtige, niet al te vochtige bladgrond nodig die in de loop van tientallen jaren wordt opgebouwd. Waarbij de ene bladsoort de andere niet is. Nee, zo maakbaar is die natuur niet altijd. Zelf geniet ik het meest van die lenteboden in een natuurlijke omgeving, wanneer het bladerdak nog zo open is dat de voorjaarszon de bosbodem kan wekken…

Tekst: Eric Wisse, Duinconsulent Den Haag

Vingerhelmbloem, Free use photo Flickr