Dennenvoetzwam

Dennenvoetzwam (Phaeolus schweinitzii) is een parasitaire paddenstoel die stam- en wortelrot kan veroorzaken in verschillende coniferen (naaldbomen) zoals Douglasspar, Larix, Spar en Den. Ook zijn er enkele waarnemingen van de schimmel op loofbomen bekend. Het mycelium van Dennenvoetzwam kan de bomen pas infecteren wanneer deze al verzwakt zijn door mechanische schade (na een storm bijvoorbeeld) of parasitaire schade (door bijvoobeeld besmetting met Honingzwam, een schimmel die zelfs in staat is gezonde bomen te parasiteren). Als Dennenvoetzwam ‘voet aan de grond krijgt’ blijft deze na de dood van zijn gastheer nog lang als saprotrofe soort aanwezig op de overgebleven stomp. Op stompen en wortels van gerooide naaldbomen kunnen de vruchtlichamen nog 17 jaar lang verschijnen, hoewel het grootste aantal 7 jaar na het vellen van bomen is waargenomen. De Houtboleet (Buchwaldoboletus lignicola), een zeer zeldzame paddenstoel, schijnt voor zijn vestiging afhankelijk te zijn van de aanwezigheid van Dennenvoetzwam.

Voorkomen
Dennenvoetzwam is een vrij algemene paddenstoel met een voorkeur voor naaldbos op droge en arme zandgrond.

Habitus
De poriën aan de onderzijde zijn aanvankelijk lichtgeel of geel van kleur maar worden groengeel bij veroudering. De bovenzijde van de zwam verkleurt daarbij van warmbruin naar donkerbruin tot bruinzwart, en het vlees dat aanvankelijk zacht en buigzaam is wordt uiteindelijk hard.

Bronnen: verspreidingsatlas.nl en Vliegenzwammen op het Rapenburg: Paddenstoelen in de binnenstad van Leiden. Hans Adema, 2008

Dennenvoetzwam

Dennenvoetzwam in de Koninklijke Horsten. Foto: Theo Westra